Stelling: 'Elektrische auto mist karakter'

Een elektrische auto biedt tal van voordelen. Het opladen van een elektrische auto is zeker anno 2022 goedkoper dan het voltanken van je benzine- of dieselauto, je hebt vrijwel al je vermogen direct beschikbaar en door de afwezigheid van een conventionelere aandrijflijn met een mechanische transmissie profiteer je van lineaire acceleratie zonder terugvalmomenten. Daarnaast scoren EV’s gedurende hun levensloop puur als je kijkt naar hun jaren op de weg punten op het gebied van uitstoot. Maar zijn elektrische auto’s ondanks hun mogelijke voordelen ook leuker dan auto’s met verbrandingsmotoren?
Geplof of gezoem?
Het is een veelgehoord argument van wie elektrische auto’s geen warm hart toedraagt: ‘elektrische auto’s hebben minder karakter dan auto’s met verbrandingsmotoren’. Sommigen missen het gevoel van controle over mechaniek, het gevoel dat je met je rechtervoet een ingewikkelde bonk techniek onder de motorkap bespeelt. Waar menig EV-rijder gezoem boven geplof verkiest, zijn er genoeg autoliefhebbers die juist het geluid van oplopende toerentallen en misschien wel het geratel en plofjes uit de uitlaat mist. Daarbij zijn elektrische auto’s – net als veel andere nieuwe auto’s overigens – vaak in hoge mate afgetopt met touchscreens en moet je soms met een vergrootglas naar druk-, draai- of schuifknoppen zoeken. Een wereld van verschil met wat we tot niet eens zo lang geleden gewend waren.
Al jaren lijken diverse modellen onderhuids zeer sterk op elkaar. Dat geldt voor EV’s, maar ook voor modellen met verbrandingsmotoren.
De automobiele eenheidsworst
Auto’s met verbrandingsmotoren zijn er in vele soorten en maten. Meer dan eens delen modellen van een of meerdere fabrikanten techniek met elkaar. Zo bestaat het modellengamma van merken van de Volkswagen Groep bijvoorbeeld uit talloze auto’s die op een versie van het MQB-platform staan en vind je bij Stellantis een uitgebreide reeks modellen die van CMP- of EMP2-techniek gebruikmaken. Een logisch gevolg daarvan is dat diverse modellen gevoelsmatig sterk naar elkaar toe kruipen, zeker als je bedenkt dat de aandrijflijnen waarmee auto’s van verschillende merken binnen eenzelfde concern vaak ook nog eens hetzelfde zijn. In hoeveel modellen vind je bijvoorbeeld geen 1.0 TSI of 1.2 PureTech?
Ook in EV-land wordt een hoop gedeeld. Zet maar eens een Volkswagen ID4 naast een Skoda Enyaq of parkeer eens een Opel Corsa-e naast een Peugeot e-208. Natuurlijk is het logisch dat autofabrikanten modulair bouwen, maar of het het karakter van de auto’s in kwestie ook ten goede komt is natuurlijk maar de vraag. Overigens is modulair bouwen niet enkel iets van de laatste pak ‘m beet 10 jaar, al decennialang vouwen fabrikanten koetsen van verschillende merken over min of meer dezelfde technische basis.
Tijd voor een stemronde waarbij we de volgende stelling poneren:
‘De elektrische auto mist karakter’
Kun je je daarin vinden? Waarom wel, of waarom juist niet? En hoe zouden autofabrikanten modellen met dezelfde techniek een sterker eigen karakter kunnen geven? Ligt daar vooral op het gebied van design een taak, of zou er meer onderscheid in de techniek of de afstelling ervan moeten komen? Wellicht een gevoelskwestie, maar toch een interessante! Voor de duidelijkheid: de stelling reflecteert niet per se de mening van de AutoWeek-redactie.
Toelichtingen en argumenten kun je in de reacties kwijt. Enneh, zoals altijd geldt: jouw mening hoeft niet die van een ander te zijn. We zitten als het goed is allemaal op AutoWeek.nl omdat we iets met auto’s hebben, wees dus een beetje lief voor elkaar en probeer je niet te veel uit de tent te laten lokken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy