Hoe Toyota de Prius in Europa bijna zelf om zeep hielp

Als alles omtrent de nieuwe Toyota Prius volgens planning gaat, zul je ‘m over een half jaar her en der op de weg zien in Nederland. En over een heel jaar vanaf nu misschien wel een stuk vaker. Eén ding is zeker: met zijn strakke ontwerp zal hij een stuk minder potentiële kopers voor het hoofd stoten dan zijn voorganger. ‘No more boring cars!’ riep Akio Toyoda een aantal jaar paar geleden, maar we verwachten dat Toyota er goed aan doet zijn nieuwe Prius wat minder heftig te tekenen dan het uitgaande model.
Toch is de aanstaande Toyota Prius beslist niet saai: de op de foto’s prima ogende proporties van de auto geven de ietwat gedrongen liftback een veel dynamischer voorkomen dan elke vorige Prius. Niet alleen qua algehele vorm, maar ook wat betreft details is de nieuwe weer geheel bijdetijds. Dat begint al met de lichtpartijen: aan de achterkant vinden we een strakke lichtbalk, aan de voorkant scherp gesneden en C-vormige dagrijverlichting – die samen met het plaatwerk ertussen (waarop het logo prijkt) zorgt voor een gelijkenis met de neus van de Ferrari SF90.

C-vormige koplampunits, daartussen plaatmerk met daarop een logo met aan weerszijden over de voorklep doorlopende lijnen;
Verder is de behoorlijk vlak liggende voorruit visueel verbonden met de achterruit door een zwart dak met daarin een getint maar optioneel glazen gedeelte, en vinden we de handgrepen voor de achterste portieren bij de C-stijl. Al met al is het ontwerp van de nieuwe Prius niet zo opzienbarend, doch een stuk aansprekender dan dat van de uitgaande generatie. Maar of dat genoeg is voor een verkoopsucces?
Vier voorgangers
Eerder was de Toyota Prius in Nederland een wisselend succes. Hij is sinds 2000 elk jaar leverbaar geweest en werd in sommige jaren nauwelijks verkocht, maar kent ook twee behoorlijke verkooppieken. Het begon aan het begin van dit millennium met de eerste generatie Prius, een hybride sedan die al vanaf 1997 werd geleverd in Japan. Voor de marktintroductie in de rest van de wereld – in 2000 dus – werd het ontwerp ervan licht bijgepunt. Toch verdween de eerste generatie al vrij vlot weer uit de showrooms in 2003. Nog geen 500 exemplaren vonden in die periode een eigenaar in Nederland, waardoor een origineel Nederlandse eerste generatie Prius met recht een zeldzame verschijning is.
Het was de tweede generatie die de modelnaam op de kaart zette. Die introduceerde de kenmerkende liftback-met-tweedelige-achterruit: een element dat bij generatie drie en vier wederom werd toegepast. Met zijn hatchback was de tweede Prius een praktischer auto dan de sedan die de eerste was, maar dat was niet de enige verbetering. Toyota had zijn hybride-technologie verder ontwikkeld, waardoor de tweede Prius een stuk zuiniger was dan de eerste. Ook het ontwerp kreeg meer handen op elkaar. De eerste was vrij (of erg) gangbaar, de tweede wel degelijk onderscheidend.
De, van links naar rechts, eerste vier generaties Toyota Prius.
De Prius XW20 – zoals de tweede iteratie intern heette – kwam in 2003 op de markt, maar de leveringen begonnen in Nederland pas goed en wel in 2004. Het succesverhaal kon voorzichtig beginnen: in 2004 zette Toyota Nederland ruim 1.000 Priussen op kenteken, meer dan twee keer zo veel dan van de eerste generatie in vier jaar. Een jaar later waren dat er zelfs ruim 2.700, en in de twee jaren erna ook meer dan 2.000.
De succesjaren
Maar toen was het 2008, het jaar waarin voor zakelijke rijders lagere bijtellingspercentages werden geïntroduceerd voor zuiniger auto’s, waaronder de Prius. Er kwam een ware run op auto’s met een laag theoretisch verbruik en het aanbod van zuinige benzineauto’s was destijds nog behoorlijk klein – de enigszins vergelijkbare Honda Insight Hybrid was er bijvoorbeeld nog niet. Niet dat diens marktintroductie in 2009 de Prius kon stoppen. Toyota verkocht in 2008, 2009 en 2010 in totaal meer dan 22.000 exemplaren van de Prius. Daarbij hielp het merk zichzelf ook door een geheel nieuwe te introduceren: vanaf 2009 was het tijd voor de derde generatie Prius.
Die deed het, net als de tweede, behoorlijk goed. De verkoopaantallen liepen van 2010 op 2011 weliswaar terug van 7.858 naar 3.357, maar door wederom herziene bijtellingsregels voor 2012 en de introductie van een plug in-hybride variant vond er in dat jaar nóg een opleving plaats. Die was echter van korte duur. Vanaf 2013 was de tweede generatie Toyota Auris goed en wel leverbaar, en die werd – ook als station – erg populair. Toyota verkocht in 2015 al meer Aurissen dan de 8.326 exemplaren van de Prius in diens topjaar. En er was nog een knauw voor de Prius, in 2014 (286 verkopen versus 3.730 in 2013): vanaf dat jaar werd de hybride fiscaal minder aantrekkelijk. Toch: de doodsteek voor de Prius kwam vooral uit eigen huis. Toyota had inmiddels dus ook de Auris in het aanbod. Die was conventioneler, als station praktischer en vrijwel even zuinig, waardoor er plots haast niemand meer een Prius kocht.
Vanaf 2019 leverde Toyota deze Prius: de facelift van de vierde generatie.
De in 2015 geïntroduceerde (en eind 2018 gefacelifte) Prius van de vierde generatie kon het tij niet keren. De auto had een nog minder gangbaar uiterlijk, dat in Europa niet goed in de smaak viel. Voor Toyota zelf was dat niet per se erg; voor wie het een lelijk ding vond, had het merk inmiddels gangbaarder gelijnde hybrides. Wel deed het een strop om de nek van de Prius. In 2016, het eerste volledige jaar waarin de vierde Prius op de markt was, verkocht Toyota er nog 663. De jaren daarna was het écht over – en in recente jaren al helemaal. In 2020, 2021 en 2022 verkocht Toyota in Nederland minder dan 100 exemplaren per jaar, terwijl zijn Corolla Hybrid het tegelijkertijd wel goed doet. Weer kwam een belangrijke concurrent uit eigen huis.
Alleen als plug-in
Toch komt Toyota nu ook in Nederland met een vijfde generatie. Dat is een auto die aanvankelijk alleen met een plug-in-hybride aandrijflijn wordt geleverd. De eerste twee Toyota’s Prius waren er slechts als conventionele hybrides, de derde en vierde kwamen er ook als plug-in – waarbij de vierde als zodanig zelfs een significant ander uiterlijk meekreeg. De nieuwe Prius, vanaf volgend jaar op de markt, is met een volledig elektrisch rijbereik van grofweg 75 kilometer en meer dan 200 pk helemaal up-to-date.
Maar of dat in combinatie met het eerder beschreven uiterlijk voor een wederopstanding van de Prius zal zorgen? Voorzichtig voorspellen we dat dat wel meevalt. Voor zakelijke rijders is een volledig elektrische auto in ieder geval nog tot en met 2025 fiscaal interessanter. Wel geldt er – ook voor particulieren – vooralsnog een gehalveerd mrb-tarief voor plug-ins, omdat ze in theorie veelal minder dan 50 gram CO2 per kilometer uitstoten. In 2025 betaal je voor een auto die minder dan 50 gram CO2 uitstoot 75 procent van de mrb, en vanaf 2026 de volle pond.
Toch: qua specificaties en elektrisch rijbereik biedt de nieuwe Prius een heel behoorlijk pakket. De meeste van zijn concurrenten doen het met minder. Het is nog even wachten op het prijskaartje dat Toyota aan de vijfde generatie hangt. Valt dat mee, dan biedt de auto voor best wat consumenten mogelijk een gedegen tussenstap vóór ze overgaan op volledig elektrisch rijden. Toyota heeft daarbij ook te letten op de positie van zijn Corolla Hybrid: die doet het nog steeds behoorlijk goed in Nederland, dus de Prius moet niet veel duurder worden dan zijn hatchback- of stationbroertje om er met zijn plug-in hybride aandrijflijn wat kopers van af te kunnen snoepen.
De nieuwe Toyota Prius.
Aantal verkochte Toyota’s Prius per jaar sinds 2002.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy