Dit ging bij Abarth allemaal vooraf aan de 500e

Volgende week kunnen we je alles vertellen over de Abarth 500e: de eerste elektrische Abarth, waarvan onlangs de eerste beelden vroegtijdig op het internet belandden. Het is, als we een aantal later gepresenteerde uitvoeringen van de 500 niet meerekenen, de eerste nieuwe Abarth sinds het verschijnen van de 124 Spider in 2016. Daarvoor kwamen in 2008 de eerste Abarth-versie van de Fiat 500 en nog eerder de Abarth Grande Punto.
Voordat het merk in 2007 zijn herintrede in het autolandschap deed met de introductie van laatstgenoemde, was het jarenlang stil rond de bouwer van snellere Fiats. Eerder werd het logo met de schorpioen dan ook nooit als fabrikantenlabel op een productieauto geplakt, maar verschenen er al wel auto’s onder de noemer ‘Fiat Abarth’ en werd de naam achter modelnamen van andere auto’s geplakt, zoals bij de Autobianchi A112 Abarth.
Om erachter te komen hoe het zo ver kwam, moeten we terug naar 1949. In dat jaar werd Abarth gesticht door Carlo Abarth, geboren in 1908. De destijds 41-jarige Italiaan was altijd al bezig met het sleutelen aan brommers en auto’s, toen hij in 1947 werd aangenomen door raceteam Cisitalia als ontwerper van raceauto’s. Toen dat in 1949 failliet ging, mocht Carlo grote delen van de inventaris overnemen ter compensatie van het wegvallen van zijn werkgever. Daarop stichtte hij Abarth.
Het logo
Onder de overgenomen bezittingen van Cisitalia bevonden zich vijf Cisitalia 204 A’s: kleine, lichtgewicht auto’s die voor de wegracerij waren ontworpen. Omdat Carlo daar direct zijn nieuwbakken naam en logo op plakte, waren de eerste auto’s van Abarth een feit. Het logo van het merk kwam overigens niet uit de lucht vallen. De schorpioen is het sterrenbeeld van Carlo Abarth en paste tevens goed bij wat zijn auto’s moesten zijn: klein maar giftig.
De Cisitalia Abarth 204 A Sport Spider, een van de eerste Abarths.
Na het ‘overnemen’ van Cisitalia ging Carlo Abarth verder met waar hij een passie voor had: racen. Om dat te bekostigen, ging Abarth tuningonderdelen ontwikkelen, maken en verkopen voor auto’s van andere merken, zoals Lancia’s, Fiats en Simca’s. Die producten vonden gretig aftrek en gaven het merk bestaansrecht. Na een paar jaar had Abarth 375 werknemers en produceerde het 30.000 uitlaatsystemen per jaar.
Een appeldieet
Even eerder, nog in hetzelfde jaar als waarin de geboorte van Abarths merk plaatsvond, verhuisde het bedrijf met het oog op de snelle groei van Bologna naar Turijn, het hart van de Italiaanse auto-industrie. Aldaar haalde Abarth de banden met Fiat snel verder aan, waardoor een officiële samenwerking tussen de twee al in 1951 bekrachtigd werd.
Ondertussen was de Cisitalia Abarth 204 A behoorlijk succesvol in de racerij en begonnen Carlo en de zijnen de ontwikkeling van andere raceauto’s. In de jaren die volgden produceerden ze allerhande kleine, lichtgewicht auto’s met evenzeer kleine, hitsige motoren. Een deel daarvan was bedoeld om snelheidsrecords te breken (foto 5). Zo moest Carlo Abarth op 57-jarige leeftijd, dus in 1965, 30 kilo afvallen om in een van zijn nieuwste creaties te passen. Dat deed hij naar verluidt door een appeldieet te volgen – en met succes. Na z’n flink lichtere lijf in een Fiat Abarth 1000 Monoposto te hebben gewurmd, zette hij een nieuw acceleratierecord met die auto: een kwart mijl in 13,62 seconden. Het was de honderdste keer dat Abarth in specifieke disciplines een snelheidsrecord op zijn naam schreef. Tekenend voor de bedrijvigheid van het merk, dat dus pas zestien jaar eerder werd gesticht.
Carlo Abarth met zijn appels en een deel van de auto’s die hij ontwierp of sneller maakte.
De Fiat 500 Abarth, nog een recordauto, met een koets door Pininfarina.
Overname door Fiat
Maar Abarth deed meer dan alleen raceauto’s en snelheidsrecordbrekers bouwen. De getunede Fiats, maar ook de stijlvolle coupés die ontstonden in samenwerking met bijvoorbeeld Zagato (foto 4), vonden gretig aftrek voor gebruik op het zich indertijd steeds verder ontwikkelende Italiaanse wegennet. Dat bleef niet onopgemerkt. Sterker nog: in 1971 koos Fiat ervoor om Abarth over te nemen. Hierdoor wijzigde ook de core business van Abarth: voortaan was het de noemer van de raceafdeling van Fiat. In de periode die volgde, deed Abarth in allerlei samenwerkingen mee aan tal van competities, waaronder de rallysport. Bekende voorbeelden van auto’s uit die tijd zijn de Fiat 131 Abarth (foto 2) en de Lancia 037 Groep B rally-auto (foto 3), die het destijds ronduit krankzinnige WRC-kampioenschap won in 1983.
Jawel, ook bij het ontstaan van een deel van Lancia’s rally-erfgoed was Abarth betrokken. Helaas hield de raceafdeling al op te bestaan vóór de Lancia 037 het Groep B-kampioenschap zou winnen. Die auto zou een van de laatste creaties van het merk zijn, want in 1981 trok Fiat de stekker uit Abarth – gelukkig voor Lancia was de 037 toen al wel zo goed als af.
Wedergeboorte
De winst van die auto zou Abarth’s laatste moment of fame zijn voor lange tijd – en misschien wel voorgoed. De naam werd in de verdere jaren 80 alleen nog enkele keren als labeltje voor snelle Fiats gebruikt, zoals bij de Fiat Ritmo Abarth 130TC. Daarna stierf hij een stille dood.
Dat brengt ons weer terug bij 2007, toen Abarth zijn wedergeboorte meemaakte met de komst van de Abarth Grande Punto. Voortaan was Abarth – nog wel onder de vleugels van Fiat – weer een aparte merknaam. Na de Punto volgden allerlei iteraties van de 500 en de 124 Spider, en daar voegt het merk volgende week de 500e aan toe. Die heeft met zijn naar alle waarschijnlijkheid relatief hoge gewicht en grote formaat weinig van doen met de kleine en lichte Abarths met gretige verbrandingsmotortjes van weleer, maar zorgt er mooi wel voor dat er nog eens stilgestaan wordt bij de rijke historie van het merk. Waarvan akte.
De Fiat Ritmo Abarth 130TC: min of meer de laatste verschijning van het Abarth-label van vóór 2007.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy