Waarom de Porsche 996 zo controversieel was

Denk je aan een controversiële Porsche, dan denk je al snel aan de Cayenne. Dat was immers de eerste SUV van het merk en dat was nogal een ‘dingetje’. Iets eerder stootte Porsche echter met de 911 ook al diverse liefhebbers van het merk tegen het zere been. De 996-generatie, om precies te zijn. In 1997 trok Porsche het doek van de auto die de meest radicale wijzigingen meebracht voor de 911 sinds zijn introductie in 1964.
Grote Boxster
Het meest in het oog springende punt waarmee de 996 nogal wat stof deed opwaaien, was het uiterlijk. Natuurlijk bleef de basisvorm bekend, dat is tot op de dag van vandaag zo, maar de 996 kreeg een nogal onconventioneel front. Al sinds jaar en dag had de 911 simpelweg ronde koplampen, alleen bij de 996 namen de ontwerpers hier wat meer vrijheid. Het ronde deel kreeg een uitloper en bovendien werden de voorheen los in de voorbumper geplaatste knipperlichten in dezelfde unit geïntegreerd. Het leverde de 911 een – vergeleken met zijn voorvangers – nogal lomp setje koplampunits op. Wat Porsche-adepten in het bijzonder tegen het zere been stootte, was dat het al met al sterk deed denken aan de een jaar eerder geïntroduceerde veel goedkopere Boxster.
De overeenkomsten tussen de 911 en zijn lager gepositioneerde broertje gingen echter nog veel verder. Tot aan de B-stijlen waren de 996 en eerste Boxster namelijk zo goed als identiek en ook vanbinnen leken ze als twee druppels water op elkaar. August Achleitner, die de verantwoordelijk was voor het 996-project, verklaart: “Porsche had een auto nodig in een lager prijssegment om te zorgen voor een ​​hoger verkoopvolume. Zo ontstond het idee om onderdelen van de 986 Boxster en de 996 uit te wisselen.”

Kostentechnisch wellicht een verstandige zet, maar het leverde Porsche dus wel wat hoon op. Volgens de Nederlander Harm Lagaaij, die de leiding had over het ontwerpen van de 996, kwam de kritiek als een verrassing. Intern was er namelijk geen kritiek op geweest en de conceptcar waarop de Boxster was gebaseerd, werd in 1993 nog met lof door het grote publiek ontvangen. Lagaaij had zich niet door de wijs laten brengen van eventuele controverse die de 996 zou veroorzaken: “De druk en de noodzaak om het bedrijf te redden hadden de hoogste prioriteit.”
Water in plaats van lucht
Wie het uiterlijk van de Porsche 996 niets vond, kon in ieder geval wel weer genieten van de heerlijke roffel van de zescilinder boxermotor achterin. Dat was bij de ontwikkeling van de vijfde 911 echter alles behalve van een zekerheid, want er is op een zeker moment zelfs over een V8 nagedacht. De reden: Porsche wilde afscheid nemen van de 12-klepsmotoren vanwege de uitstoot en het vermogen, maar, zo verklaart Achtleitner: “Luchtgekoelde boxers met vier kleppen werkten om verschillende redenen niet. In 1989 werd er bij wijze van proef zelfs een compacte V8 achterin gemonteerd, maar ook dat idee werd van tafel geveegd. Dat bracht ons dus bij watergekoelde vierkleps-boxermotoren.” De 996 brak dus niet alleen qua uiterlijk deels met een traditie, maar ook technisch. Tot en met de 993 was de 911 namelijk altijd luchtgekoeld gebleven, daar kwam met de 996 voorgoed een einde aan.
‘Water is om mee te koken’, werd gekscherend nog wel eens gezegd door Porsche-fans, die ongetwijfeld ook niet met deze verandering konden leven. Het geluid van de 911 werd anders en hij kreeg voor de koeling relatief grote gaten in zijn toch al zo sterk veranderde neus. Dat was even wennen. Maar ach, misschien dat de fans die kritisch waren wel wat te lang in het verleden waren blijven hangen. Om de 996 feller te kunnen maken dan de 993 en de 911 überhaupt naar de toekomst te sturen, moest Porsche wel switchen. Het was eigenlijk al heel wat dat het de luchtgekoelde 911 nog tot in de jaren 90 in leven had weten te houden.

Breder dan ooit
De 996 was in letterlijke zin de breedste 911 ooit, maar zeker ook figuurlijk gezien. De keuze binnen het 911-aanbod werd namelijk breder dan ooit tevoren. Kwade tongen zouden beweren dat Porsche met de 996 de 911 voor het eerst echt ‘uitmolk’. Behalve de Carrera, Carrera 4, Carrera 4S, Turbo en Turbo S kwam er ook de eerste 911 GT3. Die ontstond als homologatiemodel en volgde in wezen de 993 Carrera RS op. Met de GT3 en later de GT3 RS ontstond een nieuw sportief begrip in 911-land. De GT2 zou de 911 echter pas écht naar nieuwe hoogten brengen, met zijn maar liefst 484 pk sterke geblazen 3.6 boxermotor. Dat liet de potentie van de watergekoelde motoren wel even zien.
Of je de 996 nou mooi vond of niet, of je nou blij was met waterkoeling of niet, of je nou vond dat het 911-thema te ver verbreed werd, Porsche zal tevreden op het 996-hoofdstuk terugkijken. De 996 werd namelijk een verkoopsucces en dat was nou net het doel. Porsche verkocht namelijk zo’n 175.000 996’en, waarmee het een groter succes werd dan zijn voorgangers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy