Nog meer vermogen en een interieur voor Aston Martin Valhalla

Zie jij ook door de bomen het bos niet meer als het gaat om de nieuwe supercars en hypercars van Aston Martin? Geen nood, want we kunnen wat licht op de zaak schijnen. Aston Martin lanceert in een periode van enkele jaren drie supercars met middenmotor. De eerste daarvan, de Aston Martin Valkyrie, is al in productie en is veruit de duurst en exclusiefste van het stel. Met een prijskaartje van meerdere miljoenen en een V12 met meer dan 1.000 pk is dit een ware extremist, een auto die eigenlijk hooguit volgens de letter der wet op de weg thuishoort.
Hierna volgt de Aston Martin Valhalla, een auto die we wederom live konden bewonderen. De Valhalla is nog niet af, maar stukje bij beetje komen we er wel meer over te weten. De derde en vooralsnog laatste stap in Aston Martins supercar-offensief, is de nieuwe Vanquish. Ook dat wordt een supercar met middenmotor, maar die auto zal qua prijs wel een stuk minder richting hypercar-regionen gaan dan de andere twee.
1.012 pk
Terug naar de middelste stap, de Aston Martin Valhalla. De Valhalla staat een flinke trede lager op de ladder dan de Valkyrie, maar is met een beoogd prijskaartje van €700.000 exclusief belastingen (een ton minder dan eerder werd voorspeld) alsnog goed aan de prijs. De auto heeft geen V12, maar de van andere Aston Martins en AMG bekende 4,0-liter biturbo-V8. Aston Martin heeft dat blok echter wel stevig aangepakt. Eerder werd nog gerept van 750 pk aan benzinekracht, nu is dat al gegroeid naar 800. De V8 maakt in de Valhalla onderdeel uit van een nieuwe, plug-in hybride aandrijflijn, met twee elektromotoren. Dat levert een totaalvermogen op van 1.012 pk, 62 meer dan eerder werd aangekondigd.
Het koppel moet zo rond de 1.000 Nm komen te liggen. De benzinemotor drijf louter de achterwielen aan, maar elektrisch kan ook de vooras bij de aandrijving worden betrokken. Dat gaat op een ingenieuze manier via een nieuwe automatische achtbak met dubbele koppeling. Volgens Aston Martin kan daardoor ook het volledige vermogen, dus inclusief dat van de voorste elektromotor, naar de achterwielen worden gestuurd. Andersom kan ook, want in elektrische modus is deze super-Aston een pure voorwielaandrijver. Dat houdt hij slechts 15 kilometer vol, maar dat drukt natuurlijk wel de CO2-uitstoot. Aston Martin mikt op zo’n 200 gram per kilometer en dat betekent voor Nederlandse kopers dat het bpm-bedrag als het goed is enigszins acceptabel blijft.
De SF90 voorbij
De basis van de Valhalla wordt gevormd door een carbon monocoque, uiteraard bedoeld om de juiste combinatie van onmogelijk veel stijfheid met een zeer laag gewicht te krijgen. In totaal weegt de auto 1.550 kg en dat is inderdaad niet veel voor een plug-inhybride met een V8. Het sprintje van 0 naar 100 is in 2,5 seconde gepiept, de topsnelheid ligt op zo’n 350 km/h. Met die cijfers lijkt de Valhalla sterk op die andere plug-inhybride supercar, de Ferrari SF90. Aston Martin erkent desgevraagd dat die auto geregeld is genoemd bij de ontwikkeling van de Valhalla, maar noemt de SF90 geen directe concurrent. “Wij kijken naar de toekomst, dus we willen dat de Valhalla die SF90 van nu voorbij gaat streven”, stelt Simon Inglefield, Global Head of Personalisation and Special Sales bij Aston Martin. Inglefield is nauw betrokken bij de Valhalla, want ‘Special’ is hij zeker. Er komen er slechts 999, is het idee. Dat is flink meer dan de 150 Valkyries, maar alsnog niet veel.
Stap voor stap
In vergelijking met de eerdere kennismaking in 2020 is er een heleboel veranderd aan de Valhalla. Kijk maar eens goed naar de vorm van de nog altijd wulps gelijnde flanken, de nu recht afgesneden voorruit en de nieuwe neus en kont: in feite is alleen het basisrecept nog intact. Die buitenkant is op zichzelf niet nieuw, want die kregen we in 2021 ook al te zien. Die groene auto was de ‘exterior concept’, de grijze van nu de ‘interior concept’. Deze auto heeft dus ook een interieur, in tegenstelling tot het eerdere exemplaar. Aston Martin neemt potentiële kopers, de pers en andere geïnteresseerden dus hand in hand mee door het ontwikkelingsproces, waarbij de auto steeds een beetje meer ‘af’ is.

Volgens Inglefield is de buitenzijde 90 procent klaar, terwijl het interieur voor 80 procent gereed is. Wat er gaat veranderen, is deels ook al duidelijk. Zo heeft het prototype nog verstelbare pedalen en een ‘vaste’ stoel, die onderdeel is van de koolstofvezel structuur. Het productiemodel krijgt ‘gewoon’ een verstelbare stoel, omdat dit naar verluidt gewicht scheelt en comfort oplevert. Hoewel de cijfers anders doen vermoeden, is comfort bij de Valhalla namelijk wel degelijk een thema. De auto heeft matrix-led-koplampen, climate control met twee zones, een infotainmentsysteem met Android Auto en Apple Carplay en zelfs adaptieve cruise control. Toch overheerst in het binnenste vooral een zeer sportief gevoel. De zit is onmogelijk laag, het stuurwiel aan boven- en onderzijde afgeplat en het zicht naar buiten minimaal. Dat doet wat twijfelen aan Aston Martins gedachte dat dit een dagelijks bruikbare auto moet zijn, in tegenstelling tot de Valkyrie. Ook de Valhalla is toch vooral een extremist, al laten we ons graag verrassen door het productiemodel.
Simon Inglefield
Meer supercars
Door die gedachte dat de Valhalla ook GT-achtige kwaliteiten zou hebben, zijn we wel heel benieuwd naar de toekomst van de meer traditionele modellen van Aston Martin. We kennen het merk immers al jaren als de producent van Grand Tourers met een V8 of V12 in de neus, auto’s die prestaties een stuk minder hoog in het spreekwoordelijke vaandel dragen dan de Valhalla en de Valkyrie. Inglefield doet er geen concrete uitspraken over, maar benadrukt desgevraagd wel nogmaals dat ‘de Valhalla goed is in alles’. Dat doet toch vermoeden dat Aston Martin nadrukkelijk de kant van een echte supercarbouwer op wil, en meer Aston Martins in de toekomst volgens dit recept ontwikkeld zullen zijn. Het beste voorbeeld is de nieuwe Vanquish, die zoals gezegd ook een middenmotor krijgt. Het belooft een supercar te worden van het niveau McLaren 570S, en daarmee relatief gezien een koopje naast de Valhalla. Die verschijnt volgend jaar in een nog meer ‘affe’ vorm en moet in 2024 in productie gaan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy