Britse en Japanse blikvangers op de beursvloer in 1992 – Uit de Oude Doos

De Britse auto-industrie had flinke tikken gekregen in de jaren 80, dus was een Britse autoshow in 1992 nou niet per se de trekpleister van het jaar. Althans, niet als het aankwam op lokale nieuwtjes. Met die gedachte reisde AutoWeek af naar Birmingham. Eenmaal op de plaats van bestemming bleek er toch nog best wat interessant spul te staan. Er stonden zowaar enkele bijzondere nieuwe Britten, maar opvallend genoeg werden de gelederen vooral versterkt door Japanse fabrikanten.
Jaguar XJ6 Majestic

Om te beginnen met het Britse nieuws: op de stand van Jaguar stond een opvallende XJ40. Die was duidelijk op diverse plekken vertimmerd. Het ging om de Jaguar XJ40 Majestic, die ook als Daimler zou verschijnen. Een extra lange XJ40 die bovendien achteraan een wat hoger dak had dan gewoonlijk. Jaguar was met de XJ40 juist een wat onconventionele weg ingeslagen, maar greep met de Majestic terug op dat waarmee de XJ groot was geworden: statig en stijlvol luxevervoer. De Majestic zorgde voor nieuw werk voor Daimler, dat in 1992 stopte met de Double Six op XJ Series III-basis. Een jaar later zou eveneens de nieuwe Double Six op XJ40-basis verschijnen.
Catherham Superseven JPE

Tegenwoordig moet je voor de snelst accelererende auto’s vooral in de EV-hoek zoeken, maar dat was in 1992 vanzelfsprekend nog niet het geval. Toen was bovenstaande Caterham Superseven JPE doodleuk de snelst optrekkende auto ter wereld. De Superseven was voorzien van een 2,0-liter touringcarmotor van Vauxhall (Opel) die 250 pk ophoestte. Verre van schrikbarend veel kracht dus, maar genoeg om de superlichte tweezitter in slechts 3,44 seconden vanuit stilstand naar 96 km/h af te vuren. Een integraalhelm dragen kon daarbij geen kwaad, want anders had je binnen enkele seconden een flinke zwerm insecten tegen je huig hangen.
TVR Chimaera

Meer nieuws uit de buurt kwam van TVR, dat in Birmingham de Chimaera uit de hoge hoed toverde. Die leek sterk op de Griffith, maar met een wat klassiekere neus en een nieuw interieur. Naast de Chimaera was een nieuwe door TVR zelf ontwikkelde V8 de grote eyecatcher. Een zeer compacte 4.2 V8 die een vermogen van 363 pk leverde. In 1992 was de officiële lezing nog dat dat blok in deze Chimaera en de Griffith zou komen, maar uiteindelijk debuteerde het pas in 1996 in de Cerbera en Tuscan. Dat TVR zelf een krachtbron ontwikkelde, was vanwege zijn betrekkelijk kleine productie nogal bijzonder. TVR deed het omdat het vreesde dat de Rover V8 niet lang meer beschikbaar zou zijn. BMW had immers Rover overgenomen. Zo’n vaart liep het echter niet.
Suzuki Cappucino

Zoals gezegd waren er behalve Britten vooral ook nieuwe Japanners te zien in Birmingham. Wat te denken van de Suzuki Cappuccino? Een Japanner pur sang zou je zeggen, met zijn haast aandoenlijke formaat en slechts 657 cc metende driecilindertje. Toch was het niet gek dat Suzuki de Cappuccino in Birmingham op de beursvloer parkeerde. De Britten hadden immers nogal een historie met betaalbare roadsters en de Cappuccino werd vergeleken met de MG Midget. Daarbij: het stuur zat voor de Engelsen al aan de goede kant
Subaru Vivio

Een ander slag auto waarmee de Britten naam hadden gemaakt, was de betaalbare, slimme en zuinige stadsauto. Dan hebben we het over de Mini, natuurlijk. Dat thema hadden de Japanners en de Britten eveneens met elkaar gemeen. Uit Japan kwam de jongste inzending op dat gebied van Subaru. Dat schotelde in Birmingham de Vivio voor, de opvolger van de Mini Jumbo. De Vivio had, net als de Suzuki Cappuccino een kleine driecilinder in zijn neus, een 658-cc exemplaar om precies te zijn. Afgerond 660 cc en dat leverde hem zijn naam op (VI VI O). In 1993 zouden we in Nederland kennis met hem maken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy