Zo wansmakelijk was tuning in de jaren 80

Het aanpassen van auto’s aan de persoonlijke smaak is van alle tijden. In de beginjaren van het automobilisme werden auto’s verkocht als gemotoriseerde chassis’, waarop carrosseriebouwers vervolgens een koets naar wens van de kopers mocht plaatsen. Sinds de auto een universeel product is geworden, moet de bezitter met onderscheidingsdrang naar andere methoden grijpen: het (laten) aanpassen van de bestaande heilige koe, zodat die nóg heiliger wordt. Waar autofabrikanten tegenwoordig handige styling-pakketten aanbieden, lieten zij dat ‘gepruts’ aan hun auto’s in de eighties nog graag over aan derden. Hierdoor beleefden merken als Kamei, Lorinser, Brabus, BBS en Treser gouden tijden. Deze tuners leverden alles, van een eenvoudige lampenset tot complete autoverbouwingen. Niet alleen van het exterieur trouwens, ook de interieurs moesten eraan geloven, net als de techniek: motoren kregen een betaalbare opvoerset of werden in hun geheel vervangen door (veel) krachtiger exemplaren. Het gekste was daarbij nog niet gek genoeg, reden waarom we nu soms met een schaterlach op het knip- en plakwerk van toen terugkijken. Of is het met plaatsvervangende schaamte?

Der Hammer
Zo heet hij echt, deze Mercedes-Benz 300E van AMG uit 1986. Een AMG uit de tijd dat het bedrijf nog geen onderdeel was van Daimler. Der Hammer werd door de toenmalige media omschreven als het meest comfortabele alternatief voor een 911 Turbo of Testarossa: hij sprintte in alle rust in vijf tellen naar 100 km/h en wilde met gemak met 285 km/h over de Autobahn denderen. Daarvoor maakte de zescilinder plaats voor een moddervette 5,5-liter V8 van 355 pk. De styling is voor die tijd best ingetogen.

Gutmann Peugeot 405
Tuningbedrijven richtten zich tegenwoordig onder meer op Japanse auto’s, maar die waren destijds nog amper in beeld. Nee, het moest Duits zijn, van Opel en VW tot BMW en Porsche. Zo niet de firma Gutmann, die zich – net als bijvoorbeeld Dimma – richtte op Peugeot. Maar of de van zichzelf zo elegante 405 met het opgeplakte plastic nu aan schoonheid heeft gewonnen? Neen.

Irmscher Opel Corsa en Ascona Sprint
Zeg je Irmscher, dan zeg je Opel. De twee zijn haast getrouwd. Onder de naam Sprint verscheen in 1987 een reeks door deze tuner aangepakte modellen die tijdelijk deel uitmaakten van het Opel-gamma. Hier was de tuning puur optisch: flink wat spoilerwerk rondom, raamlijsten beplakt met donkere folie, verlaagd onderstel, dikke wielen en zo nog wat details.

 

Rinspeed Porsche R69
Hoe schattig: een Porsche 911 die uit de kast komt! Ja, hij wilde liever een Ferrari zijn. Zo’n Testarossa met van die gestrekte luchtinlaten in de flanken en natuurlijk klapkoplampen. Van Rinspeeds voorman Frank Rinderknecht weten we dat hij maniakaal te werk ging en gaat – hij is kampioen in het bedenken van bizarre creaties, zoals deze R69 uit 1986. Opmerkelijk genoeg nam Porsche dit concept zelf later over: de Flachschnauzer.
Audi Quattro maar dan open. Walter Treser bedacht het.
Treser Audi Quattro Roadster
Walter Treser, de voormalige sportchef van Audi, richtte zich met zijn creaties helemaal op het aanpassen en verfraaien van de auto’s van dit merk. Tot zijn betere werk behoort de geheel open versie van de oer-Quattro van 1983. Van zichzelf al een heel bijzondere en zeldzame auto, die Treser vakkundig openzaagde, onderhuids versterkte en van een handbediend klapdak voorzag. Het spoilerwerk rondom is typerend voor de Treser-stijl.

Zender Mercedes-Benz 190E
De 190-serie was, als het van huis uit vrij ingetogen model, een dankbaar onderwerp voor tuners; firma’s als Lorinser, Brabus, AMG en – in dit geval – Zender vergrepen zich er met graagte aan. Populair was de toepassing van de motorkap van de Mercedes SEC; deze auto moest zich bovendien opgebolde wielkasten en veel te grote spoilers laten welgevallen.

Koenig Jaguar XJ-S
De Duitse tuner Koenig liet in 1988 zien hoe je van de deftigste herencoupé van het moment een ordinaire hot rod kon maken. Waarom? Om de show te stelen, een ander doel heeft deze verkrachte Jaguar niet. De techniek is naar verluidt ongemoeid gelaten; hopelijk maakt dit monster wat meer geluid dan de fluisterende standaardauto.
Dit is slechts een greep uit de vele tuningsobjecten uit die periode, eerder al schreven we dit bericht over het fenoneem ‘Breitbau’. Koning van de Breitbau was Koenig. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy