AutoWeek Test – DS 4 E-Tense 225

Hoe zit dat ook alweer met DS?
Citroën achtte in 2010 de tijd rijp om de legendarische modelnaam DS nieuw leven in te blazen. Dat resulteerde in achtereenvolgens de Citroën DS3, DS4 en DS5. In 2015 werd DS een afzonderlijke merknaam en verdween de ‘double chevron’ van de auto’s. De eerste échte DS verscheen in 2017 op de markt: de DS 7 Crossback. Na deze fikse SUV volgde in 2018 de DS 3 Crossback. In 2020 werd de grote DS 9 (een sedan) onthuld en in het voorjaar van 2021 kwam de crossover DS 4. Er zijn Citrofielen die vinden dat deze aanpak de naam DS bezoedelt, anderen kunnen echter waarderen dat op deze manier het icoon uit de jaren 50 weer tot leven komt. Met DS wil het Stellantis-concern oprukken naar de eredivisie, en een plekje veroveren tussen bestaande premiummerken als Audi, BMW en Volvo.
 
Wat is de DS 4 precies voor een auto?
De DS 4 is een zogenaamde crossover, oftewel een kruising tussen een compacte vijfdeurs hatchback en een suv. Voor de hand liggende alternatieven zijn de PHEV-versies van de Audi Q3 en de Peugeot 3008, maar ook de Volvo XC40 Recharge T5 en de Lynk & Co 01 zijn concurrenten. De testauto staat op forse wielen, met een diameter van 20 inch, die het stoere karakter van de DS 4 extra kracht bijzetten. Maar de DS 4 oogt groter dan hij daadwerkelijk is: met een lengte van 4,40 meter is hij slechts enkele centimeters langer dan concerngenoten Peugeot 308 en Opel Astra, die op precies hetzelfde platform gebaseerd zijn. De afstand tussen de voor- en de achterwielen is dan ook bij alle drie de auto’s gelijk: 2,675 meter. De hoogte van de DS 4 is identiek aan die van de Opel Astra: 1,47 meter. Bij de Peugeot 308 werd de daklijn iets lager getrokken.
Het ontwerp van de DS 4 kan rekenen op veel positieve reacties, ook al wordt de auto lang niet door iedereen herkend. Het DS-logo is beslist nog niet ingeburgerd. De proporties van het carrosserieontwerp zijn geslaagd, het front is met zijn L-vormige, deels dubbele led-dagrijlichten eigenzinnig en onderscheidend. In het plaatwerk zitten veel lijnen en contouren: in het onderste deel van de flanken loopt een scherpe vouw schuin naar beneden, die in het voorportier weer omhoog buigt. Driekwart van achteren is de DS 4 misschien wel op zijn mooist, dankzij de speels gestileerde C-stijlen, de aflopende daklijn en de achterlichten die we eerder als juwelen zouden willen betitelen, zonder dat ze kitsch zijn.
De kleine achterruit en brede C-stijlen verminderen echter wel het zicht naar achteren en de aflopende daklijn pakt voor de ruimte van de achterpassagiers niet zo gunstig uit. De 20-inch wielen van de testauto zijn optioneel; standaard worden 19-inch wielen gemonteerd. De DS 4 is beslist geen eenheidsworst, de individualistisch ingestelde koper die zich wil onderscheiden van de massa zal dat zonder meer aanspreken.
 
Zorgt het interieur van de DS 4 voor een premiumbeleving?
De ‘grillige’ lijnen van het plaatwerk keren terug in het interieur; ook het ontwerp van het dashboard is een mengeling van horizontale en verticale lijnen, afgewisseld door diagonalen. Toch herkennen we tal van elementen uit de andere compacte modellen van Stellantis: het digitale instrumentarium doet sterk denken aan dat van de Citroën C4 en C5 X, het centrale beeldscherm lijkt zo uit de Peugeot 308 en Opel Astra te komen. Vlak voor de knoppen waarmee de automatische achttrapstransmissie en de rijprogramma’s worden ingeschakeld, heeft de DS 4 een touchpad aangebracht, de DS Smart Touch. Hiermee kunnen diverse, door de bestuurder zelf geselecteerde functies worden bediend, onder meer door middel van handgebaren. In de praktijk blijkt de DS Smart Touch echter niet zo heel handig te werken. Hetzelfde geldt voor het rijtje fysieke knoppen vlak onder de centrale display. De functie van de diverse knoppen wordt met witte icoontjes aangeduid, maar op een lichtgrijze ondergrond is de leesbaarheid van de witte icoontjes knudde. Het hoofdscherm is klein en nog maar net bereikbaar vanaf de zitpositie. De menustructuur is wat rommelig en de computer verwerkt de opdrachten niet snel. Koppelen met de smartphone gaat draadloos en de weergave is beeldvullend, dat is fijn.
De DS 4 E-Tense 225 die wij testen, is uitgevoerd als Rivoli. Deze nadrukkelijk op comfort en luxe ingerichte versie beschikt standaard over leren bekleding. Tegen een forse meerprijs van 4250 euro zijn de stoelen elektrisch verstelbaar, verwarmd, geventileerd en voorzien van een massagefunctie. De nappaleren bekleding wordt voor deze meerprijs in horlogemotief gestikt, en vooruit: je krijgt nog een verwarmd stuur ook. Het zitcomfort is beslist ‘premium’. Dat wil zeggen: voorin. Want op de achterbank blinkt de DS 4 niet uit in ruimte. Je wordt algauw gedwongen om wijdbeens te gaan zitten, met de rugleuning van de voorstoel tussen je knieën. En over ruimte gesproken: er past slechts 390 liter bagage achter in de DS 4. Wanneer je de achterbank neerklapt, ontstaat weliswaar een vlakke vloer, maar meer dan 1190 liter kun je niet kwijt. Als plug-in hybride mag de DS 4 E-Tense 225 een aanhanger trekken met een (geremd) gewicht van 1400 kilo.
 
In welke motorvarianten wordt de DS 4 geleverd?
In Nederland levert DS Automobiles drie verschillende motorvarianten van de DS 4. Aan de basis staat een 1,2-liter PureTech driecilinder, die in tal van Peugeots en Citroëns wordt geleverd, maar bijvoorbeeld ook in de nieuwe Opel Astra. De 1.2 PureTech turbomotor heeft een vermogen van 130 pk en staat bekend om zijn soepele prestaties en lage verbruik. Een achttraps automaat is standaard. Dat geldt eveneens voor de 1,6-liter PureTech-turbomotor. Deze viercilinder levert een vermogen van 180 pk.
Ook de aandrijflijn van de DS 4 E-Tense 225 kennen we uit verschillende andere modellen van de Stellantis-groep, zoals de Citroën C5 X, de Peugeot 308 en de Opel Astra. De 180 pk sterke 1,6-liter PureTech turbomotor wordt geassisteerd door een elektromotor, die het tot een vermogen van 110 pk schopt. De elektromotor is gekoppeld aan een accupakket met een capaciteit van 12,24 kWh, volgens DS goed voor een volledig elektrische actieradius van 55 kilometer. Na een koude ‘start’ bij een temperatuur van acht graden komen wij 37 kilometer ver op een volle accu.
Wanneer beide motoren samenwerken, komen ze tot een systeemvermogen van 225 pk en een koppel van 360 Nm. De elektrische topsnelheid bedraagt 135 km/h, wanneer de benzinemotor meehelpt, schopt de DS 4 het tot 233 km/h. DS geeft een acceleratietijd van 7,7 seconden op, tijdens onze meting heeft de auto 8,1 tellen nodig om vanuit stilstand tot 100 km/h te komen. Veel groter is het verschil tussen het opgegeven verbruik en de praktijk: in de folder wordt melding gemaakt van 1,3 l/100 km (1 : 76,9), tijdens de test kwamen wij tot een gemiddelde van 6,5 l/100 km (1 : 15,4). Dat is echter wel zonder in te pluggen. Het precieze verbruik hangt af van het aandeel elektrische kilometers. Wil je zoveel mogelijk elektrisch rijden, dan biedt de DS 4 je de mogelijkheid om met een vermogen tot 7,4 kW op te laden. Aan een publieke laadpaal, duurt het met een stroomsterkte van 32 Ampère uiterlijk 1 uur en 40 minuten om het accupakket weer helemaal op te laden.
In andere landen wordt de DS 4 ook nog geleverd met een 225 pk sterke 1,6-liter turbomotor en een 130 pk sterke BlueHDi turbodiesel, maar die versies gaan aan de Nederlandse kopersneuzen voorbij. Medio 2023 maakt een volledig elektrische versie van de DS 4 het gamma compleet.
 
Hoe gedraagt de DS 4 zich op de weg?
Je hebt keuze uit vier rijmodi: sportief, comfort, hybride en elektrisch. Kies je voor comfort, dan werken de adaptieve schokdempers van de standaard DS Active Scan Suspension ineens een stuk milder en krijg je een beetje dat oude DS-gevoel. Het onderstel van de DS 4 E-Tense 225 werkt met een camera die de weg scant en zijn bevindingen doorgeeft aan de schokdempers. Het is niet zo dat hij de weg zo glad strijkt als destijds een DS met hydropneumatische vering, maar hobbels en kuilen absorbeert hij bovengemiddeld goed.
De besturing voelt over de hele linie kunstmatig aan, zelfs in de sportieve rijmodus en ondanks de 20-inch wielen van de testauto. De overgang van elektrisch rijden naar de brandstofmotor gaat soms met een schokje – bijvoorbeeld bij het verlaten van een rotonde. Bij het afremmen gaat de verbrandingsmotor uit, de rotonde neem je elektrisch en bij het verlaten neemt de viercilinder het weer over. Daar heeft het systeem wat moeite mee. De achttraps automaat is niet heel gek op voluit accelereren: dan schakelt de bak namelijk niet schokvrij en duurt het schakelmoment vrij lang. De voorwielen hebben moeite om al het vermogen kwijt te kunnen en wat ook opvalt, is dat de neus van de auto omhoog komt bij acceleratie.
De elektromotor kan recupereren. Druk op het knopje ‘B’ en je hebt het rempedaal bijna niet meer nodig. De DS 4 wordt liever met een milde dan met een zware voet bereden en toont zich dan een erg fijne reisauto.
 
Wat zit er allemaal standaard op de DS 4 E-Tense en wat kost hij?
Een goedkope auto is de DS 4 E-Tense 225 niet. De prijzen beginnen rond bij 42.890 euro voor de basisversie, de Bastille+. Deze versie is al redelijk compleet uitgevoerd, met onder meer LED-koplampen, een digitaal instrumentarium en een waslijst aan veiligheidsvoorzieningen, zoals vermoeidheidswaarschuwing, verkeersbordherkenning en een spoorassistent. Ook de adaptieve DS Active Scan Suspension is standaard, zij het op de E-Tense.
Als het budget het toelaat, kies je liever voor een luxere uitvoering, zoals de Trocadero of de door ons geteste Rivoli. Voor een prijs die tegen de 50 mille aan schurkt, krijg je onder meer DS Drive Assist. Adaptieve cruisecontrol, dodehoekwaarschuwing en een actieve rijassistent – die in onze ogen overijverig werkt, reden om het systeem uit te zetten – maken deel uit van de standaarduitrusting. Zo ook matrix LED-koplampen met intelligente grootlichtassisten en leren bekleding. Voor draadloos opladen van je smartphone en stoelverwarming (in combinatie met stoelventilatie, elektrische verstelling en een massagefunctie) zul je echter nog moeten bijbetalen. Zo ook voor DS Night Vision. Via het beeldscherm achter het stuur zie in bij duisternis voetgangers, fietsers of dieren al heel vroeg en een geel knipperend kader om de persoon of hond in kwestie attendeert je op naderend onheil en geeft je extra tijd om te reageren.
Er zijn ook nog twee uitrustingsniveaus met een meer sportief karakter, de Performance Line en de Performance Line +. Bij deze versies wordt al het chroom vervangen door zwart sierwerk en het interieur is bekleed met alcantara en versierd met aluminium en carbonaccenten. 
 
De keuze van AutoWeek test-coördinator Marco Gorter
Voor een als premium bedoelde auto heeft de DS 4 met 130 pk net niet voldoende vermogen. Doorsparen voor de 180 pk versie is dus wenselijk. Het eerste uitrustingsniveau is al vrij compleet, maar wie prijs stelt op bijvoorbeeld stoelverwarming, moet doorsparen voor de duurdere Trocadero. Die lijkt samen met de 180 pk motor de beste deal in het gamma.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy