25 jaar Mercedes-Benz A-klasse: dit maakte de auto uniek

Mercedes-Benz heeft begin jaren 80 een ijzersterke reputatie als fabrikant van grote, representatieve auto’s. Tussen die grote auto’s wordt de in 1982 gepresenteerde 190 aangeduid als de baby-Benz, terwijl die auto toch een echte vierdeurs sedan is in de klassieke Mercedes-traditie. De 190 en zijn opvolger de C-klasse blijven de Benjamin totdat Mercedes-Benz op de salon van Genève in maart 1997 de A-klasse (W168) presenteert. Die A-klasse is een compacte vijfdeurs, hoger dan de reguliere middenklasse hatchbacks én het is een voorwielaandrijver, compleet anders dan wat we tot die tijd bij Mercedes hadden gezien en eigenlijk ook compleet anders dan wat andere autofabrikanten bouwen. Waar zijn ze in Stuttgart mee bezig?
Dubbele bodem
Hoewel de 190 naar Mercedes’ maatstaven al vrij compact is, kijkt de fabrikant achter de schermen ook naar nog kleinere mobiliteitsoplossingen. Zo presenteert het merk in 1982 – lang voordat we de Smart leren kennen – de experimentele NAFA (Nahverkehrsfahrzeug), een uiterst compact tweezits stadsautootje met vierwielbesturing en schuifdeuren. Een volgend experiment – nu iets minder compact, maar voor Mercedes nog altijd niet heel groot – zien we in september 1993 in Frankfurt op de IAA: de Vision A93. Een half jaar later staat in Genève de Studie A, een doorontwikkeling van de Vision A93. Beide studiemodellen worden geprojecteerd met 1,2-liter driecilinder benzine- en dieselmotoren, maar ook met puur elektrisch aandrijving. Mercedes laat met deze auto’s voor het eerst zien dat het bezig is met een dubbele bodem, zoals het die later zal toe­passen bij de A-klasse.

Die dubbele bodem is er niet zomaar. Voor het hoe en waarom verplaatsen we ons naar de Amerikaanse westkust van het begin van de jaren 90. Bij de California Air Resources Board (CARB), in Californië onder andere verantwoordelijk voor de luchtkwaliteit, ontstaat het idee dat vanaf 2003 minimaal tien procent van de te verkopen auto’s emissieloos moet zijn, oftewel elektrisch. General Motors reageert met de EV1, een ultra-gestroomlijnde tweezitter. Mercedes werkt aan een praktischer auto. Het idee is daarbij om de batterijen te huisvesten onder de vloer, in een sandwichbodem. Onder druk van de olie-industrie en de grote drie uit Detroit strandt het Californische EV-plan voortijdig. De ontwikkeling van de auto met dubbele bodem is in Stuttgart dan al in een vergevorderd stadium; te ver om de stekker uit het project te trekken. Overigens is die auto niet alleen als EV bedacht, maar ook met verbrandingsmotoren. Zodoende maken we in 1997 kennis met de relatief hoge A140 en A160, voorzien van respectie­velijk 82 en 102 pk benzinemotoren. Later volgen er een automaat en nog meer motoren, waaronder ook diesels. Die motoren liggen ver voorover gekanteld in het korte neusje. De versnellingsbak gaat deels schuil onder de vloer.
Elandellende
Dankzij de moderne EV’s weten we tegenwoordig dat een accupakket onder de vloer bijdraagt aan een laag zwaartepunt en daardoor ook aan een hoge mate van stabiliteit. Die A140 en A160 hebben echter geen accupakket, maar als erfenis van het EV-project nog wel de hoge opbouw op de dubbele bodem. Het hierdoor relatief hoge zwaartepunt draagt eraan bij dat de A-klasse in oktober 1997 tijdens een uitwijkproef van een Zweeds tijdschrift omvalt. Achteraf blijkt dat de auto tijdens de test op verkeerde banden staat en er zijn nog een paar zaken die op manipulatie wijzen. Met een beetje kwade wil kun je tenslotte ook een lage sportwagen op zijn dak leggen. Verzachtende omstandigheden of niet, het kwaad is geschied: de A-klasse is die auto die kan omvallen.

Mercedes legt de productie twaalf weken stil en moet alle zeilen bijzetten om de reputatieschade zoveel mogelijk in te dammen. Mercedes past het onderstel van de A-klasse aan met dikkere stabilisatorstangen, een andere afstemming van veren en schokdempers én krijgt vanaf februari 1998 standaard ESP, als eerste voorwielaandrijver. Die dan nog jonge technologie is tot die tijd nog iets voor auto’s uit het topsegment. Naar buiten toe probeert Mercedes het sportief op te pakken. Zo zien we in de Mercedes-shop op het vliegveld van Stuttgart na enige tijd zelfs pluchen eland-knuffeldieren verschijnen, die met een knipoog refereren aan die dramatisch verlopen elandproef.
De A-klasse blijkt een prima uitgangspunt voor tal van technische experimenten. Al in 1997 maken we kennis met de NECAR 3 (New Electric CAR), een A-klasse voorzien van brandstofcellen die elektriciteit genereren voor een elektromotor. De NECAR’s 1 en 2 zijn nog rijdende laboratoria verpakt in een bestelbusje. Mercedes wil met de NECAR 3 laten zien dat de brandstofceltechniek steeds compacter wordt, dus hoe demonstreer je dat beter dan in een A-klasse? Wanneer ondergetekende de NECAR 3 op de testbaan mag pro­beren, meldt de meerijdende ingenieur dat hij verwacht dat brandstofcellen binnen vijf jaar klaar zijn voor massaproductie.

Waterstof en methanol
Het is een termijn die nog jaren wordt aangehouden, maar inmiddels weten we beter. Aardig detail: de NECAR 3 heeft geen waterstoftank aan boord, maar in de achterbak een installatie die methanol omzet in waterstof. Een volgende generatie, de NECAR 4 uit 1999, is al een stuk praktischer en heeft wel gewoon waterstoftanks, die in de sandwichbodem zijn ondergebracht. In 2000 grijpt Mercedes bij de NECAR 5 weer terug op het concept van versie 3: omzetten van methanol in waterstof, maar nu zit ook hier de hele installatie weggewerkt onder de vloer. Alle moeite ten spijt, brandstofcelauto’s staan nog steeds niet bij Mercedes in de showroom. Dit in tegenstelling tot EV’s. In november 1998 verschijnt de A190 Twin, een experiment met twee 1,9-liter benzinemotoren, elk goed voor 125 pk. Eén motor zit op de originele plek en drijft de voorwielen aan, de tweede motor zit weggewerkt onder de vloer van de bagageruimte en zorgt voor achterwiel­aandrijving. De sprint van 0 naar 100 km/h moet in 5,7 seconden kunnen worden afgelegd en de topsnelheid bedraagt 230 km/h. Rap vertragen kan hij ook, want achter de voorwielen zitten de remmen van de E55 AMG en ook achter worden schijfremmen gebruikt. Een wild spoilerpakket moet de auto aan de grond houden. Het is een project uit de reeks ‘Leuk dat het kan’.
Een ander project is een jaar later de hybride HyPer. Uitgangspunt is een A170 CDI met 90 pk dieselmotor. Nu wordt eindelijk de dubbele bodem gebruikt waarvoor hij oorspronkelijk was bedoeld: huisvesting van een accupakket. Deze batterij voedt een elektromotor van 39 pk, die de achterwielen aandrijft. Hierdoor sprint de HyPer in 8 seconden vanuit stilstand naar 100 km/h, tegen 13 tellen voor de reguliere A170 CDI. Hij is bovendien een stuk zuiniger.
Mercedes-Benz Vaneo
Variaties op het thema
Naast alle rijdende proeftuinen vergeet Mercedes ook het kopende publiek niet. Als McLaren in 1998 met Mercedes-motoren het wereldkam­pioenschap Formule 1 wint, verschijnen er in de teamkleuren uitgevoerde versies van de A-klasse die door het leven gaan als Coulthard en Hakkinen Editions, naar de twee McLaren-coureurs van dat moment. Op de salon van Genève debuteert in maart 2001 de A-klasse L met een 17 centimeter langere wielbasis. Die centimeters komen vooral ten goede aan de achterpassagiers, die op een verschuifbare bank zitten. De A LWB is zelfs verkrijgbaar met een speciaal taxipakket, waarbij op de midden­console ruimte is gereserveerd voor de taximeter en aan de linkerkant van het dakframe alvast de bekabeling is aan gelegd voor een taxibord. Verder behoren twee kinder­zitjes tot de standaarduitrusting. Alsof dat nog niet genoeg is, maken we later in 2001 nog kennis met de Vaneo, een MPV met de neus van de A-klasse en de achterkant van een bestelbusje. Een bestseller wordt deze besteller niet. Hoewel de A-klasse zelf ook niet de vlotste verschijning is, rollen er – tot in 2004 de tweede generatie zijn opwachting maakt – uiteindelijk 1,1 miljoen A-klasses van de W168-generatie van de productieband.
Dit artikel is eerder verschenen in AutoWeek Classics nummer 6 uit 2022.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy