Audi 80 Avant – Eerste rijtest – Uit de Oude Doos

Je kunt het je na tal van generaties Audi A4 Avant misschien haast niet meer voorstellen, maar Audi haakte in de middenklasse betrekkelijk laat aan bij het stationwagonfeestje. Pas in 1992 kwam de eerste Audi 80 Avant op de markt. Overigens ook meteen de laatste, aangezien de eerste generatie A4 het stokje van de 80 overnam in 1996. BMW was er al in 1987 bij met de 3-serie Touring en natuurlijk kon je eerder ook al bij verschillende andere merken in de middenklasse winkelen voor een stationwagon. Mercedes-Benz wachtte overigens nog weer langer dan Audi, want dat kwam pas in 1996 met de eerste C-klasse Combi.
Waar tegenwoordig de sedan het doorgaans in de verkoopcijfers moet afleggen tegen de stationwagon, was dat in 1992 nog bepaald niet het geval. Toch begon de stationwagon wel steeds meer aan te slaan en kennelijk genoeg voor Audi om ook met de 80 aan te haken. Dat deed het op geheel eigen wijze, met een voor die tijd voor een stationwagon behoorlijk schuin aflopende daklijn. “Het was de opzet van de ontwerpers om de achterkant van de 80 Avant niet hoekig en bestelwagenachtig te maken, en daarin zijn ze prima geslaagd.” Later zou de term ‘lifestylestation’ in het leven geroepen worden om deze meer op esthetiek dan op ruimte gefocuste stations aan te duiden. Merken als Audi, BMW en Mercedes gaan nog altijd voor die aanpak, terwijl je voor de echte ruimtereuzen beter aan kunt kloppen bij de bread-and-butter-merken.

Was de Audi 80 Avant dan niet praktisch? Nou, alsnog wel hoor. Je kon bijvoorbeeld in de sedanversie tot 430 liter bagageruimte benutten, maar als je de 80 Avant tot het dak volstouwde was hij goed voor 650 liter. Nogal een verschil. Een ander groot voordeel was dat je de achterbank in ongelijke delen naar beneden kon klappen en zo al helemaal een gapend gat aan ruimte vrijmaakte. Dan was er 1.200 liter ruimte voorhanden. Bovendien mocht de 80 Avant met 500 kilo ook nog eens 90 kilo zwaarder beladen worden dan de sedan. Toch nodigde de 80 Avant niet direct uit om als pakezel gebruikt te worden, vonden we: “Overigens is de ruitme achterin met zulk keurig velours bekleed dat je er nog geen kratje bier op zou durven zetten, uit angst het mooie materiaal te pletten. Misschien heeft Audi de netheid hier wat te ver doorgevoerd.”

Eenmaal op pad met de Audi 80 Avant viel ons op dat je qua rijgeluiden in het interieur, toch wel eens een genoemd pluspunt van een sedan ten opzichte van een stationwagon, geen concessies hoefde te doen. Het weggedrag was ook vergelijkbaar, dat dankte de 80 Avant volgens de testredacteur aan inspanningen van Audi om ‘m stijver te maken. Wat we toen nog niet konden vermoeden, was dat de Audi 80 Avant nota bene de basis zou worden voor de heftigste 80 ooit; de RS2 Avant. Daarmee gaf Audi in 1994 het startschot voor een lange traditie van bloedsnelle Avants, die nog altijd voortduurt met de huidige RS4 Avant. Al met al kunnen we dus met de komst van de Audi 80 Avant wel spreken van het begin van een tijdperk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy