Renault Rodéo (1982) – In het Wild

De Fransen zijn in de loop der jaren met heel wat creatieve auto’s gekomen en zeker Citroën heeft op dat gebied naam gemaakt. Ze zullen bij Renault een paar keer over hun concurrent gedacht hebben ‘waren wij maar op dat idee gekomen’. Met de Renault 4 antwoordde men immers op de Citroën 2CV en in de jaren 70 volgde Renault in zekere zin weer het voorbeeld van Citroën door met de Rodéo op de proppen te komen. Citroën had immers in 1968 al op basis van de 2CV de avontuurlijke Méhari uitgebracht en met de Rodéo deed Renault in 1970 iets vergelijkbaars op R4-basis.
Dan hebben we het overigens wel over de Rodéo 4, want er kwam in 1972 ook nog een grotere Rodéo 6 naast, die zoals zijn naam al aangeeft gebaseerd was op de R6. Wat dat betreft pakte Renault het dus wat uitgebreider aan dan Citroën, al zou de Rodéo toch altijd een beetje in de schaduw van de Méhari blijven staan. Desalniettemin was het een betrekkelijk populaire vrijetijdsauto en besloot Renault op de drempel van de jaren 80 dat er een vervolg moest komen. In 1981 nam de Rodéo 5 het stokje over van de oer-Rodéo’s. Hierbij gaf het nummer overigens niet aan waarvan hij was afgeleid. De Rodéo 5 deelde zijn basis immers ook met de R4, de R4 GTL om precies te zijn. De Rodéo 4 was gebaseerd op de R4 Fourgonnette.
Net als bij de Rodéo’s 4 en 6 bouwde Renault de Rodéo 5 niet zelf, maar besteedde dat uit aan ACL, dat later vernoemd werd naar topman Raoul Teilhol. Vanaf 1978 stond het bedrijf te boek als Teilhol en daarom willen de latere Rodéo’s 4 en 6, maar ook de Rodéo 5 nog wel eens officieel als Teilhol te boek staan en niet als Renault of ACL. Dat geldt ook voor het exemplaar dat we hier voor ons hebben, gespot door collega Joost Boers.

De carrosserie van de Rodéo 5 was duidelijk moderner dan zijn voorgangers. Waar die, net als de Citroën Méhari, een uiterst minimaal koetswerk hadden, was de weliswaar kleinere Rodéo 5 echt wat meer auto. Zo had de Rodéo 5 onder meer volwaardigere portieren en een rondom robuuster aangeklede carrosserie. Verder kon je bij de Rodéo 5 het dak nog wel wegritsen en de koets rondom deels openmaken, maar het het frame bleef altijd staan. Wat dan wel weer hetzelfde was, was de 1.1 die in de neus lag. Dat was opnieuw de 45 pk sterke 1.108 cc Cléon-Fonte-motor die de Rodéo 6 had overgenomen van de R6 en die onder meer ook in de R4 en R5 leverbaar was.
Echt een succes werd de Renault Rodéo 5 niet en in 1986 was het over en uit voor deze laatste Rodéo. Pas veel later vond dit exemplaar uit 1982 zijn weg naar Nederland. Sterker zelfs, hij is er pas een paar weken! Begin deze maand kwam hij op Nederlands kenteken, nog net op tijd om zijn eerste Nederlandse zomer mee te maken. Zo te zien is hij er helemaal klaar voor.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy