Totaal anders, zelfde idee: Chrysler Sebring Coupé en de Volkswagen Polo Variant

Een compacte, praktische Volkswagen voor de Europese markt en een relatief grote, uitgestrekte coupé die louter voor het Noord-Amerikaanse publiek was bedoeld: veel meer kunnen auto’s uit hetzelfde jaar niet van elkaar verschillen. De Polo is voorzien van bescheiden viercilinders met maximaal 100 pk, de Sebring kreeg in veel gevallen een 2,5-liter V6 met dik 160 pk mee. De Polo was zelfs als stationwagon maar 4,20 lang, de tweedeurs Sebring strekt zich over ongeveer 4,80 meter uit.
Het jaar in kwestie is 1995. Volkswagen breidt dan het aanbod van de een jaar eerder gelanceerde, derde generatie van de Polo uit met een sedan en een stationwagon. Beide koetswerkvarianten zijn inmiddels eigenlijk helemaal uit dit segment verdwenen. Ook in de jaren negentig waren stationwagons en sedans in het B-segment van West-Europa al lniet meer echt gangbaar. Grote concurrent Opel leverde zulke varianten van de Corsa bijvoorbeeld alleen in Zuid-Amerika, onder de Chevrolet-naam, maar niet bij ons. Ook bij andere merken bleef het veelal bij hatchbacks, maar Volkswagen zag nog wel brood in de extra varianten. Niet geheel onterecht, naar later zou blijken, want vooral de stationwagon trok toch nog best wat kopers.
Cordoba
De grootste concurrent van dit model kwam uit eigen huis, in de vorm van de Seat Cordoba Vario. Daar zit ook meteen de opmerkelijkste eigenschap van de Polo Variant, want dit wás in feite ook een Seat Cordoba Vario. Met een andere grille, eigen voorbumper en op slimme wijze aangepaste achterlichten overgoot Volkswagen hem met wat Polo-uiterlijkheden, maar in feite is geen koetswerkdeel van de Polo Variant uitwisselbaar met de Polo hatchback. Hetzelfde gold ook voor de Polo Classic, een sedan, die een ‘ver-Polo-de’  reguliere Cordoba was. Ook de Caddy, een bestelwagen op (toen nog) Polo-basis, deed mee: een Seat Inca met een Volkswagen-grille.
Volkswagen Polo Classic
Stratus, Cirrus of Sebring
Je voelt hem al aankomen: dit is ook de overeenkomst tussen de genoemde Polo’s en de Sebring. De Chrysler Sebring was in de VS aanvankelijk altijd een tweedeurs model, namelijk een coupé of een cabriolet. De cabriolet kenden we in Europa als Chrysler Stratus en was bij ons met zijn uiterlijk duidelijk te herkennen als de open uitvoering van de gelijknamige sedan, ook al deelden die twee geen carrosseriedelen. In de VS moest het kennelijk ingewikkelder en kreeg de sedan de naam Chrysler Cirrus. ‘Onze’ vierdeurs Stratus was juist weer een iets aangepaste versie van diens tweelingbroertje Dodge Stratus, maar dat terzijde.
Mitsubishi
De Cirrus en de open Sebring Convertible werden qua naam in de VS niet aan elkaar gekoppeld, maar deelden wel alle techniek en de nodige designelementen. De Chrysler Sebring Coupé stond hier echter compleet los van en had behalve zijn naam helemaal niets met de andere Chryslers in dit segment van doen. Dat lees je goed: deze coupé, toch een niche-product, was tot op het laatste schroefje anders dan de andere Sebrings. De dichte Sebring was namelijk eigenlijk geen Chrysler, maar een Mitsubishi. De auto deelde zijn basis met onder meer de Mitsubishi Galant en Eclipse, en daarmee ook met Eclipse-broertje Eagle Talon. Hij deelde vooral veel met de Dodge Avenger, wat in feite hetzelfde model met een andere neus was.
De Sebring Coupé en de gelijktijdig geïntroduceerde cabriolet. Behalve de naam en de Mitsubishi-V6 delen ze niets met elkaar.
De koets van de Sebring Coupe was daarmee wat strakker dan dat van de cabriolet, maar vooral tot in het kleinste detail totaal anders. Een opmerkelijke keuze, die nog minder dan de Polo’s van Volkswagen te verdedigen lijkt met rationele argumenten. Terugkijkend maakt dat deze auto’s wat ons betreft echter des te interessanter. Weet jij voorbeelden van soortgelijke praktijken? Laat het ons weten in de reacties!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy