Skoda 130 GL (1989) – In het Wild

De Favorit is de laatste Skoda zijn die het merk nog volledig in eigen beheer ontwikkelde. Die Favorit kwam in 1987 als geroepen, langzaam maar zeker zou die voorwielaandrijver het stokje overnemen van de behoorlijk op leeftijd rakende 100-serie. De 100-serie heeft meerdere modellijnen gekend: van de 100 en 110 die in 1969 werden geïntroduceerd tot de medio jaren zeventig verschenen 105, 120 en 125 en de 130, 135 en 136. Stuk voor stuk waren het – met uitzondering van een stel coupés waaronder de Rapid – achterwielaangedreven vierdeurs sedannetjes met de motor achterin. Het exemplaar dat Jan Lemkes tegen het spreekwoordelijke autolijf liep, is een 130 uit 1989.
Skoda 130
Skoda hield de 105 en 120 in 1983 grondig tegen het licht. De sedannetjes met achtereenvolgens een 1.046 cc en 1.174 cc grote viercilinder – hadden in tegenstelling tot eerder voortaan dezelfde grote achterlichten en onderscheidden zich alleen nog met hun koplampen van elkaar. Skoda voerde een reeks technische updates op de 100-serie door en voegde er in 1984 de 130 aan toe. Met de 130 hoopte Skoda een groot minpunt van de 105 en 120 – het beperkte motorvermogen – weg te nemen. Achterin de 130 schroefde Skoda een tot 1.289 cc opgeboorde en doorontwikkelde versie van de viercilinder die ook de in 120 lag. Het vermogen van die achtklepper nam daarmee van 53 pk en 85 Nm tot 63 pk en 103 Nm. Leuk weetje: deze machine deed ook nog in de Favorit dienst. Daarbij had de 130 in tegenstelling tot zijn minder bedeelde zustermodellen geen handgeschakelde vierbak, maar een exemplaar met vijf versnellingen. In een handjevol markten kreeg de 130 de 136 met 1.3 met injectie boven zich, maar de Nederlandse markt zat daar niet tussen. Toenmalig importeur De Binckhorst Auto & Motor Import richtte zich in Nederland vanaf 1989 op de Favorit.
De Skoda Favorit zou uiteindelijk het stokje van de 100-serie overnemen.
Nog een belangrijk punt waarmee de 130 zich van z’n eerder verschenen broertjes en zusjes onderscheidde, vind je onder de auto en wel bij de ophanging van de achterwielen. De pendelas, waarbij het scharnierpunt van de wielen zich in het midden van de auto bevond, maakte plaats voor de achterophanging van de Rapid. Met draagarmen dus. Ook hiermee probeerde Skoda een stevig kritiekpunt van de 100-serie weg te nemen. De sedannetjes stonden namelijk bekend om hun wispelturige bilpartij. Nadat de laatste incarnaties van de 100-serie in 1990 uit productie gingen zou er nooit meer een Skoda met de motor achterin komen. De 130 GL stond in 1989 voor 13.995 gulden in de orderboeken. Ter vergelijking: een driedeurs Opel Corsa 1.2 wisselde in City-trim destijds vanaf 17.500 gulden van eigenaar. Voor een vijfdeurs Corsa tikte je al snel een kleine 20 mille af. Prijstechnisch was de 130 GL vergelijkbaar met de 2105 van Lada die met 1.5 anno 1990 zo’n 13.000 gulden moest opbrengen.
De Skoda 130 op deze foto’s werd begin 1989 in Nederland geregistreerd en is sinds 2020 bij zijn huidige eigenaar. Het is een GL-uitvoering die gezien zijn conditie en de plakker rechts op de achterzijde in ieder geval sinds zijn laatste overschrijving in het bezit is van een wat ons betreft terecht trotse eigenaar. De 130 is een keihard voorbeeld van een auto die sympathie opwekt met zijn verhaal, voorkomen en misschien juist wel met zijn gebrek aan indrukwekkende prestaties. Een échte auto voor de liefhebber, voor de automobiele fijnproever wiens hart niet per definitie sneller gaat kloppen naar mate het aantal pk’s toeneemt. Dat kan ondergetekende niet anders dan toejuichen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy