Weblog – Maken rijhulpsystemen lui?

Mijn automobiele leven begon met een zoveelstehands Volvo 66. Een GL als ik het goed heb, hij zou van een oud dametje zijn geweest. Die heeft me in de paar maanden dat ik hem bezat een aantal keer in de steek gelaten. Met het oog op de vroege uren dat ik met de auto vanuit Uden naar het station in Oss moest rijden en in de avond weer terug leek het me wel goed om een betrouwbaarder vervoermiddel te nemen. En dat was een Berlijns blauwe Fiat Panda. Ik voelde me de koning te rijk: een auto die startte, garantie had en me gewoon bracht waar ik heen moest.
Dat vormde het begin van een hele serie auto’s van het Italiaanse merk. Een tweede Panda werd gevolgd door een Cinquecento, een Punto, twee Cinquecento Sportings (foto 2 toont een interieur), een uitstapje naar een Volkswagen Lupo, een Fiat Marea, wedderom een Punto die werd opgevolgd door een Dobló. Bij elkaar opgeteld heb ik daarmee de nodige rondjes rond de wereldbol gereden. En wat hadden ze gemeen? De meeste auto’s hadden een handbak en als ik naar ‘Back to Basics’ op deze website kijk, een wel zeer armzalige uitrusting hoewel het meestal niet de standaard uitvoeringen waren die ik bezat.
Dat betekent dat ik dus ook, wellicht net als jullie, de nodige kilometers heb afgelegd zónder cruisecontrol – laat staan dynamische cruisecontrol – automatische ruitenwissers, zelfdenkende verlichting (hoewel ik die bij Fiats gewoon aan liet staan, want de ging de lampen gingen het afzetten van het contact vanzelf uit). Geen piepers, gewoon sturen. Of het nu de rit naar het volgende dorp was, of dwars door België en Frankrijk op een vrijdagavond naar Londen via de Eurotunnel. Intussen had ik wel navigatie op de telefoon. En een Bluetooth-oortje voor als er eens iemand belde.
Vervolgens kwamen er enkele auto’s die een achteruitrijcamera hadden (met regen onbruikbaar door de druppels), ingebouwde telefoonbediening en navigatie die ik niet gebruikte omdat de kaart flink achterhaald was. Dus toch maar de app op de telefoon. Centrale bediening van de deurvergrendeling en automatische ruitenwissers wilde ik intussen nog niet missen. De caramelbruine Citroën die ik vorig jaar aanschafte bracht een flinke stap voorwaarts. Dynamische cruisecontrol, lane departure warning, een head-up display met onder de actuele snelheid ook de maximum snelheid (in theorie tenminste, want die is nogal eens verkeerd, dat kan toch wel beter!). Verder een achteruitrijcamera en 360 graden beeld van bovenaf én de nodige piepers als je te dicht bij iets anders dreigt te komen. Wat ik trouwens regelmatig zonder verdere problemen negeer. Ik had op de snelweg, met name door de dynamische cruisecontrol en navigatie, al het idee dat autorijden wel heel erg gemakkelijk wordt gemaakt. Je hoeft in feite alleen uit te kijken en te sturen. De auto past zelf de snelheid aan als iemand voor je langzamer gaat rijden. Zeker op een provinciale weg neemt dat veel werk uit handen. Schakelen? Niet nodig. Ik vroeg me echt af: is dit nu veiliger rijden in het verkeer, of word je op deze manier te veel in de watten gelegd en domweg hartstikke lui?
En dan gebruik je op een goede dag eens een auto die dat allemaal níet heeft. Dus voor mij: terug naar vroegere tijden. Een auto die lekker compact is, een Fiat nota bene met dezelfde naam maar véél meer afgerond dan de hoekige Cinquecento’s uit mijn verleden. Die mij overal brachten. In deze 500 uit pakweg 2008 viel mij op dat de hulpjes in mijn alledaagse auto inderdaad wel érg veel werk uit handen nemen. Nu was ik weer eens ‘ouderwets’ een auto aan het besturen. Een auto, die input nodig heeft om vooruit te komen, af te remmen en van richting te veranderen. Waarbij je op de snelweg constant op de snelheid let. En die je ook bij de les houdt. Je meer betrekt bij wat er om je heen gebeurt. Die je laat ervaren dat je onderweg bent. Geen stille tijdcapsule. Je voelt dat er een  stevige bvries staat en dat het regent!
Ik had echter het idee méér ontspannen op mijn bestemming aan te komen. Mét daarbij de gedachte dat het goed is om met enige regelmaat letterlijk aan te voelen wat je met je auto uitspookt in het verkeer, op een actieve manier. Omdat de hulpsystemen er niet zijn. Ik zal het niet ontkennen: ik schakel in mijn eigen auto regelmatig die hulpjes uit. Gewoon, omdat ik ze niet per sé nodig heb én omdat hun ingrepen me ook vaak ergeren. Wat hebben we eigenlijk te klagen als we in Back to Basics zeggen dat ze niet tot de standaarduitrusting behoren? Zijn ze onmisbaar? Welnee joh …
Maar al die elektronische waakhonden, zijn ze zaligmakend en is dat dan onze toekomst? Gaat veiligheid bestaan uit het passief controleren van de weg die die auto aflegt? Met autonoom rijden gaan we beslist die kant op. Maar ik wil ook in de komende jaren voeling houden met wat ik doe en waar ik rijd. En waarheen! Zonder altijd gecorrigeerd te worden als je de belijning van de rijbaan nadert en zonder een abrupte remingreep als iemand na een inhaalmanoeuvre pal voor je neus weer invoegt. Ik bepaal liever zelf mijn bestemming – en de richting die ik rijd. De vraag is echter of dat over enkele decennia nog wel mogelijk is. Ik vrees van niet …

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy