Morgan werd groot met goedkope driewielers

Vandaag de dag is het een extravagant speeltje voor mensen met een goed gevuld spaarvarken, maar de Morgan-driewieler begon zijn lange carrière juist als een goedkoop alternatief voor de automobiel. Sterker, tot 1935 bouwde Morgan niet eens vierwielers. Al in 1909 bouwde mijnheer HFS Morgan, Henry Frederick Stanley voor vrienden, zijn eerste driewieler, in zijn garagebedrijf in Malvern, een Dickens-achtig stadje aan de voet van de gelijknamige heuvelrug.
V2 van Peugeot
De Runabout was voor eigen gebruik, maar algauw ging Morgan aan de slag voor anderen en werd het garagebedrijfje een heuse fabriek aan Pickersleigh Road, waar Morgan tot op de dag van vandaag auto’s bouwt. Het mini­malistische karretje had een V2-motorfietsmotor van Peugeot met 7 pk, onafhankelijke voorwielophanging en slechts één (open) plek voor de bestuurder. Die moest het zelfs zonder stuurwiel stellen; met een soort helmstok bepaalde hij de koers van zijn waggelende karretje.
Sportieve successen
De exemplaren die hij na zijn eigen Runabout bouwde, waren met hun twee of zelfs vier zitplaatsen een stuk praktischer. In de jaren die volgden, nam Morgan ze mee in allerlei races, in de prehistorie van de automobiel wellicht nog belangrijker dan vandaag om je merk op de kaart te zetten en te houden. Daarom was het mooi meegenomen dat de driewielers ook aardig wat succesjes scoorden, waardoor er vraag ontstond naar sportievere versies.
Morgan Runabout
Van drie naar vier wielen
Pas in 1935 kregen de driewielers uit Malvern gezelschap van de 4/4 (want vier cilinders en vier wielen) en vanaf dat moment raakten de driewielers steeds verder op de achtergrond, om in 1952 volledig in de geschiedenisboeken te verdwijnen. Niet voorgoed, want het moge bekend zijn dat Engelsen, en Morgan in het bijzonder, niet vies zijn van wat ‘heritage’ en daarom verscheen op de beurs van Genève in 2011 een heuse wederopstanding van de F-Series, zoals de laatste driewielers heetten, de Morgan 3-Wheeler.
Deze had weer een V2 voor op de neus. Aanvankelijk was het de bedoeling dat het een Harley-Davidson-motor werd, maar uiteindelijk ging de 3-Wheeler een jaar later in productie met een V2 van S&S, gekoppeld aan een handgeschakelde vijfbak uit de Mazda MX-5. Dit model was helemaal gestoeld op de types uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Vorig jaar moest de stekker eruit (over stekkers gesproken: er werd ook een kleine serie elektrische exemplaren gebouwd) omdat de fabrikant van de motor de krachtbron niet langer kon of wilde aanpassen aan de stengere Europese emissie-eisen.
Jet Age
Jammer, maar gelukkig liet Morgan zich niet kisten en het ontwikkelde op de fabriek een opvolger voor de 3-Wheeler, Super-3 genaamd naar de laatste F-Series uit 1935, de F-Super. De karakteristieke V2 zit daar dus niet meer op; die is vervangen door een 1.5-driecilinder-EcoBoost van Ford. Dat lijkt misschien net zo sexy als sportsokken in sandalen, maar weet dat de driewielers van weleer ook Ford-motoren hadden. Historisch verantwoord is die keuze dus zeker en Morgan belooft dat het alles op alles heeft gezet om het kenmerkende driecilinder-roffeltje lekker rafelig en rauw te laten klinken.
Morgan Super 3
De vijfbak van Mazda is gebleven en met zijn 118 pk en 150 Nm op de achterwielen voor slechts 635 kilogram leeggewicht is dit de snelste driewieler ooit van Morgan. Hij gaat in 7 seconden van 0 naar 100 en haalt een topsnelheid van 209 km/h. Na een korte blik op het autootje vraag je je onwillekeurig af of je met deze tobbe op een dergelijke snelheid moet willen rijden en je wilt er niet aan denken wat er van je overblijft als er daarbij ook maar dít misgaat, maar het zijn leuke cijfers om op de bar te gooien wanneer je kroegmaten twijfelachtige blikken naar buiten werpen.
Super 3 met inspiratie uit Jet Age
Hoewel hij in grote lijnen wel hetzelfde oogt als de 3-Wheeler is de Super 3 bij nader inzien heel anders. De 3-Wheeler was vooral geïnspireerd op zijn voorgangers uit de jaren 20 van de vorige eeuw, met zijn pontificaal, als een omgekeerde fietsen­drager, op de neus gemonteerde V2. Om op ideeën te komen voor de vormgeving van opvolger Super 3 bladerden de ontwerpers vooral in koffietafelboeken over de Jet Age, eind jaren 40 en in de fifties, toen straal­toestellen de propellervliegtuigen begonnen te verdringen met de vloeiende, aluminiumkleurige vormen die dat met zich meebracht.
Dat is in elk geval een mooi bruggetje vanaf de vroegste drie­wielers, die een begeesterde eigenaar, de ‘flying ace’ uit de Eerste Wereldoorlog Albert Ball, ooit samenvatte met de legendarische woorden ‘the closest experience to flying without leaving the ground’. Ball kon het weten, want hij was niet zomaar een gevechtspiloot. De beruchte Red Baron van de tegenpartij noemde hem ‘met afstand de beste vliegende Engelsman’. Hij zou een mooie ambassadeur voor het jonge Morgan zijn geworden, ware het niet dat Ball in 1917 de daad voegde bij George Santayana’s beroemde woorden ‘alleen de doden hebben het einde van de oorlog gezien’.
Eigen record
Net als de vroege straaljagers waarin Ball nooit heeft mogen vliegen, is de Super 3 gevormd met glad afgerond aluminium. Niet alleen dat, het is zelfs de eerste monocoque van gelijmd aluminium ooit van Morgan. De zijkanten worden gedomineerd door grote, rechthoekige sideblades of diffusor plates, die niet alleen de koeling onder­steunen, maar bovendien functioneren als bevestigingspunten voor allerlei praktische of volstrekt onzinnige, maar des te leukere opties. Denk aan bagagerekken, koffers en raceaccessoires. Ook op dat gebied breekt Morgan met de Super 3 een eigen record, want niet eerder was een Morgan zo verregaand te personificeren.

Daarmee zijn de primeurtjes nog niet op, want de Super 3 heeft digitale klokken en al kijkt in de gewone autowereld niemand daar nog van op, voor het aartsconservatieve Morgan is dat een echte first time. Toch blijft Morgan ook daar grotendeels trouw aan zijn oorsprong door ze centraal te plaatsen. Ook bekend onder liefhebbers is de startknop, die is vormgegeven als de vuurknop van het boordgeschut. Ball zou stuiteren van vreugde als hij dit nog had mogen zien. Waar Ball in het kuipje van de S.E.5 waarmee hij de lucht boven de slagvelden domineerde ook naar kon fluiten, is de verwarming in het voetencompartiment waarmee de Super 3 zijn inzittenden, in tegenstelling tot de 3-Wheeler, dankzij de watergekoelde motor kan verwennen. Ook de hoogte- en diepteverstelling van de Super 3 zijn winst ten opzichte van zijn voorganger.
De Morgan Super 3 staat in ons land voor €67.249 op de prijslijst, maar wie hem een beetje op eigen smaak wil brengen, kan met behulp van de ruim 200 regels tellende optielijst zijn spaarvarken knallende hoofdpijn bezorgen.
Blijft slechts over de vraag hoe die Morgan Super 3 nu rijdt en het antwoord daarop moeten we je nog even schuldig blijven. We kijken uit, nee hunkeren naar datgene wat nodig is om die vraag in een later stadium alsnog te mogen beantwoorden en hopen dat we het daarna kunnen samenvatten met iets wat in de buurt komt van Albert Balls beroemde woorden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Generated by Feedzy