Waarom de 16V pas laat van autosport naar straatauto’s ging

Motoren met vier kleppen per cilinder maakten hun debuut in de autosport. Toegepast op de viercilindermotor werd deze techniek vanaf de ­jaren 70 populair voor serieproductie-auto’s.

Met vier kom je verder. Dat wist Ernest Henry al, de constructeur van de Peugeot L76 met 16V-motor uit 1912. De Grand Prix-racer zette in zowel Europa als in de Verenigde Staten al enkele belangrijke ­races op zijn naam. Het zijn de eerste aantoonbare ­successen die zijn geboekt door een auto met een motor met vier kleppen per cilinder. In eerste instantie werd het vermogen bij verbrandingsmotoren vooral bepaald door de cilinderinhoud, onder het motto ‘meer is ­beter’. De Fransoos kreeg daarom een motor met de indrukwekkende cilinderinhoud van 7,6 liter, verdeeld over vier enorme cilinders. Door de toepassing van een cilinderkop met halfronde verbrandings­kamers, twee …

Lees verder…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.