Weblog: Dag meerkoet

Ik laat mijn gas los en rem af. Daar heb ik nog ruimte genoeg voor, maar toch kruipt het hart mij in de keel, want een treintje van drie tegenliggers ligt op ramkoers met het diertje, dat inmiddels de doorgetrokken streep voorbij is. De vogel baadt in het licht van de koplampen, toch remt de voorste auto niet eens. De bestuurder moet óf stekeblind zijn, óf druk met zijn smartphone, óf van het soort ‘ach, het is maar een dier’. Goddank rijdt hij precies midden over het beestje heen, zodat de banden het niet raken, maar in mijn spiegel zie ik het vogeltje wankelen en met half gespreide vleugels opzij rollen, hop in het spoor van auto twee die hem spletsj doodrijdt. Auto drie maakt het werk en de vogel af. 
Met omkerende maag wend ik mijn blik af van het drama in mijn spiegel en geef ik weer gas. Dan pas merk ik dat er een donkere cross-over achter mij is komen rijden. Zenuwachtig masturbeert de bestuurder zijn grootlichthendel en speelt hij gabberhouse op zijn claxon. Ik ben inmiddels weer op gang, maar toch maakt de cross-over een paar driftige schijninhaalbewegingen. In de rouw om wat ik zojuist heb gezien, ben ik nog minder dan anders in de stemming voor dit soort tokkiespelletjes, dus negeer ik het. Dan schiet hij de doorgetrokken streep helemaal over om mij echt in te halen. Zodra hij naast me rijdt, opnieuw toeterend, kijk ik opzij. Een driftige kop blikt terug, vanachter een gebalde vuist waar alleen de middelvinger bovenuit steekt. Hij blaft me iets toe, maar ik kan niet liplezen, dus mis ik de boodschap.

In zijn opgefoktheid ziet mijnheer Met de Hoed in de Hand de opdoemende vluchtheuvel, die de volgende rotonde aankondigt, te laat. Met een nieuwe ruk aan zijn stuur gaat hij terug naar rechts, waarbij alleen mijn remmen voorkomt dat we schadeformulieren moeten invullen. Na de remmentest waarvan je wist dat die komen zou, neemt mijn nieuwverworven vriend de rotonde driekwart om de wijk Zanderij in te rijden, waar hij waarschijnlijk zijn miserabele leventje slijt.
Even overweeg ik hem achterna te gaan en hem tot thuis te volgen. Ik zou wel eens willen weten waarom hij zo woedend werd op de enige gek die voor een overstekend dier afremt. Ik besluit het niet te doen, bang dat er dingen gaan gebeuren die voor gedoe achteraf zorgen.
En de meerkoet? Die kan het niet navertellen.

Ik laat mijn gas los en rem af. Daar heb ik nog ruimte genoeg voor, maar toch kruipt het hart mij in de keel, want een treintje van drie tegenliggers ligt op ramkoers met het diertje, dat inmiddels de doorgetrokken streep voorbij is. De vogel baadt in het licht van de koplampen, toch remt de voorste auto niet eens. De bestuurder moet óf stekeblind zijn, óf druk met zijn smartphone, óf van het soort ‘ach, het is maar een dier’. Goddank rijdt hij precies midden over het beestje heen, zodat de banden het niet raken, maar in mijn spiegel zie ik het vogeltje wankelen en met half gespreide vleugels opzij rollen, hop in het spoor van auto twee die hem spletsj doodrijdt. Auto drie maakt …

Lees verder…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *