Weblog: De Peugeot 205 van Joas – Oude Liefde #1 – Weblog

Onhandige beslissingen, we nemen ze allemaal wel eens. Op autogebied is mijn laatste onhandige beslissing nu exact een jaar geleden. Toen kocht ik niet de Peugeot 205 die je hier voor je ziet, maar een zwarte Audi A4 Avant uit 2008. Een diesel, met een keurige kilometerstand en vertrouwenwekkende onderhoudshistorie. De gedachte erachter was dat ‘corona na de zomer weer voorbij was’ en dat er weer flink wat woon-werkkilometers stonden te wachten. In mijn vorige weblog, van november 2020, verklaarde ik al hoe ik vijf maanden na de aanschaf alweer van de A4 af wilde. Het was een prima ding, maar de grote boze ‘C’ had andere plannen dan ik. Ik had een geldslurper voor de deur die amper gebruikt werd. Tijd voor iets anders dus, misschien eens iets ‘geks en ouds’. Daarbij dwaalden m’n gedachten af naar de minst voor de hand liggende mogelijkheden, waaronder een Ford Escort Mk4.
Uiteindelijk kwam ik toch tot de conclusie dat weinig kilometers maken niet per se rechtvaardigde om een goedkope auto te kopen waarmee ik mezelf mogelijk écht geen plezier zou doen. Noem het risicomijdend gedrag, maar er kon in mijn ogen toch beter iets komen waarvan ik wel wist dat ik er goed mee uit de voeten kon als het nodig was. In gedachten kwam er één auto keer op keer naar boven drijven: de Peugeot 205. Die voldeed namelijk aan de eisen: hij kost maandelijks bijna niks, is betrekkelijk zuinig, kan nog aardig mee met het huidige verkeer, rijdt leuk, is comfortabel genoeg en bovendien met de achterbank plat stiekem ook nog aardig vol te stouwen (ja, ik weet het, allemaal relatief natuurlijk). Hoe ik dat zo zeker wist? Ik had er tien jaar geleden al eens eentje, mijn tweede auto, die ik na een jaartje aan mijn ouders doorverkocht en die pas vorig jaar uit de familie is gegaan. Dat dingetje rijdt nog altijd rond, terwijl ik ‘m in 2011 kocht voor € 250.
Ik had er wel weer zin in om een 205 te rijden. Het zou natuurlijk een enorme stap terug zijn na de A4 en de TT die ik daarvoor reed, maar om nostalgische redenen schoof ik dat zo opzij. Zo begon in januari de gerichte speurtocht. Het moest een 1.4 zijn, met dat blok is een 205 immers gewoon vlot te noemen, en een vijfdeurs leek me wel zo praktisch. Verder zou het leuk zijn als het echt een courant exemplaar was, want om nou in een afgetrapte 205 te gaan rijden, ging me wat te ver. Wat kleine dingetjes mocht-ie wel hebben, dan kon ik daar leuk zelf nog wat mee aan het prutsen gaan.

Zodoende viel in februari mijn oog op de auto die je hierboven op de foto ziet. Een 205 1.4 Génération uit 1997. Felrood, vijfdeurs, net iets meer dan 120.000 km op de teller en op basis van de foto’s en advertentie ook nog heel netjes. Een proefrit bij de particuliere aanbieder wees uit dat het allemaal wel snor zat en vooral de algehele optische staat van de auto was opvallend goed. Mijn vorige 205 was ook een rode en die was, ook al was-ie slechts twee jaar ouder dan deze 97’er, echt al typisch verkleurd. Rood was oranje geworden en de blanke lak liet los op de achterklep. Bij deze 205 niets van dat alles: hij is vanbuiten nog vrijwel zo rood als aan de binnenkant en ook is de lak nog netjes egaal en bedekt onder de blank laklaag. “De eerste eigenaresse heeft ‘m tot 2019 gehad en hij heeft bij haar binnen gestaan,” was het verhaal. Dat moet je dan natuurlijk maar aannemen, al staaft de staat van de auto het verhaal.
Enigszins geschrokken van wat er zelfs na afdingen nog voor de 205 afgetikt moest worden (die dingen kosten in prima staat veel meer dan wat ze tien jaar geleden kostten), reed ik toch vooral tevreden met ‘m terug naar huis. Gelijk een goede rit van zo’n 100 km, waarbij de 205 ook op de snelweg even mocht laten merken hoe-ie zich daar ook alweer houdt. In mijn herinnering was mijn vorige wat onrustiger en rumoeriger, al was dat een 1.1. De ‘nieuwe’ 205 verbaasde me in positieve zin, ook al had ik de heenweg in m’n A4 nog vers in het geheugen. Op de binnenwegen was het echter vooral genieten. Het is een heerlijk gooi-en-smijt-wagentje en plots voelde ik weer helemaal waarom mijn vorige 205 zo’n leuke indruk op me achter had gelaten. Zeker met de 1.4 komt het speelse nog wat meer tot leven dan met de 1.1. De A4 was al uit m’n gedachten voordat ik ‘m twee weken daarna verkocht.

En zo rijd ik nu ineens de oudste auto die ik ooit heb gehad. Heb ik zaken waar ik jaren aan gewend was, zoals airconditioning, cruise control, fatsoenlijke geluidsisolatie, minstens 150 pk vermogen en stuurbekrachtiging allemaal achter me gelaten. Elektrische ramen en centrale deurvergrendeling heeft-ie dan nog wel én het is grappig genoeg mijn eerste auto met een trekhaak. Nog een afneembare ook, wat een weelde. Ieder ritje is een nostalgische belevenis, hij ruikt zelfs exact zoals mijn oude 205. Ik rijd er het hele land mee door, tot zover het idee dat ik ‘toch weinig kilometers maak’. Voorlopig blijft de 205, ook als we weer meer naar kantoor gaan. Misschien komt er op den duur wel iets moderners naast en blijft de 205 nog jaren als hobbyauto. Want naast het rijden is ermee ‘prutsen’ ook heerlijk, daarover in een latere aflevering van ‘Oude Liefde’ meer. Eerst vertelt collega Jan Lemkes je volgende week in aflevering 2 wat hij onlangs op z’n oprit geparkeerd heeft, want dat is nogal een vergelijkbaar verhaal!

Onhandige beslissingen, we nemen ze allemaal wel eens. Op autogebied is mijn laatste onhandige beslissing nu exact een jaar geleden. Toen kocht ik niet de Peugeot 205 die je hier voor je ziet, maar een zwarte Audi A4 Avant uit 2008. Een diesel, met een keurige kilometerstand en vertrouwenwekkende onderhoudshistorie. De gedachte erachter was dat ‘corona na de zomer weer voorbij was’ en dat er weer flink wat woon-werkkilometers stonden te wachten. In mijn vorige weblog, van november 2020, verklaarde ik al hoe ik vijf maanden na de aanschaf alweer van de A4 af wilde. Het was een prima ding, maar de grote boze ‘C’ had …

Lees verder…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *