Weblog: Vers blauw bloed

Weblog: Vers blauw bloed

Groot nieuws: mijn bloedrode Lexus SC430 is niet meer. Althans, niet meer bij mij. Hij rijdt nu z’n rondjes in het noorden van het land, waar hij binnen mag slapen en nog meer wordt vertroeteld dan eerst. De overdracht geschiedde drie jaar en drie maanden na de aanschaf door ondergetekende, een absoluut persoonlijk record. Wegens een toenemend aandeel van allerlei testauto’s geldt dat niet voor het verreden aantal kilometers, maar met in totaal net geen 40.000 stuks voel ik toch een stevige band met de markante super-Japanner die ik in augustus 2017 naar Nederland haalde.
Toch is het prima dat de auto weg is. Hoeveel bewondering ik ook heb voor mensen die twintig jaar in dezelfde auto rondrijden (ik neem ‘m graag over!), op een bepaald moment is het voor mij gewoon mooi geweest. In mijn twaalfjarige autocarrière passeerden al zo’n twintig exemplaren de revue. Terugkerende thema’s: Japanners, BMW’s en cabrio’s. Aangezien er al een verstandige gezinsauto is en mijn eigen auto vooral wordt gebruikt voor plezierritten en ritjes van en naar auto-importeurs, is de praktische kant van de zaak van ondergeschikt belang. Bij velen staat er dan wellicht meteen een spartaans, hardcore scheurijzer op de stoep, maar die categorie spreekt mij niet aan. Een auto moet voor mij vooral een verhaal hebben, een uitstraling waarin ik me kan vinden en een interieur waarin ik me thuis kan voelen. Een beetje luxe hoort er ook bij. Een auto staat voor reizen, voor vrijheid, en mijn warme cocon voor de rustige momenten mag best een beetje comfortabel zijn.
Toch is er op dat vlak door de Lexus wel wat veranderd. De SC430 was een fijn ding, maar ook wel érg zwaar en afstandelijk. De focus mocht deze keer wel wat meer op het rijgedrag liggen, maar dus niet ten koste van alles. Met deze vreemde wensencombinatie was er één auto die telkens naar boven kwam drijven: de BMW Z4 van de eerste generatie. Dit ontwerp uit de Bangle-periode van BMW is wat mij betreft onmogelijk goed opgedroogd en blijkt tegen de verwachtingen in zeer tijdloos. De Z4 E85 combineert de lange neus en korte kont van klassieke roadsters met een geheel eigen stijl en de gebruikelijke sterke punten van BMW, zoals een gezellig interieur, een uitstekende zithouding en natuurlijk een geweldige zes-in-lijn. Anderzijds waren daar de horrorverhalen en -ervaringen over astronomische onderhoudskosten, uitrekkende distributiekettingen en allerlei elektronische ellende, die de Lexus-rijder in mij stevig deden twijfelen. Omdat autorijden altijd een sprong in het diepe blijft en er simpelweg geen andere auto was die zó goed in het plaatje paste, zijn die rationele argumenten echter andermaal van tafel geveegd. Een Z4 moest er komen!
Dat is echter geen oplossing, want de zoektocht naar een goed exemplaar is misschien nog wel moeilijker dan die naar het juiste. Eerste hobbel: de kleur. Kort en goed: ik heb een hekel aan zwart en donkergrijs op een auto. Daarin ben ik blijkbaar compleet anders dan de lieden die zichzelf tussen 2003 en 2006 op een nieuwe Z4 trakteerden, want zij opteerden bijna zonder uitzondering voor ‘kleuren’ als Sterlinggrau en Spacegrau. Die staalgrijze tinten staan de Z4 ‘an sich’ eigenlijk best goed, maar weten het vrolijke karakter van dit open speelgoed toch wel érg vaardig te smoren. Met de eliminatie van iedere grijstint werd de spoeling ineens érg dun, zeker omdat de voorkeur uitging naar een drieliter met een aantal verplichte opties en zónder allerlei achteraf aangebrachte opsmuk. Na een wekenlange en intens tijdrovende zoektocht op allerlei websites uit binnen- en buitenland viel de keuze op een origineel Nederlands exemplaar in de schitterende kleur ‘Maldives Blue’. Gecombineerd met een nagenoeg geheel beige interieur komt dat blauw uitzonderlijk goed uit de verf, waarbij ik hooguit nog zou kunnen wensen dat ook de kap in beige was uitgevoerd. De auto is niet ‘full options’, maar beschikt met cruise control, climate control, xenon, elektrisch verstelbare stoelen en stoelverwarming wel over de belangrijke zaken.
Deze wielen zijn wat mij betreft een klap in het gezicht van de smaakvolle kleurstelling van de rest van de auto
Er is ook iets waarvan de meeste liefhebbers ongetwijfeld zullen gruwen: een automaat. Ik heb niet zo’n last van die afkeer en zie zeker de voordelen van een auto met twee pedalen, maar kan niet ontkennen dat zo’n bak niet zo lekker strookt met het pure roadstergevoel. Nog een potentieel nadeel is de voor Z4-begrippen astronomische kilometerstand van 288.000. Dat is het bijna onvermijdelijke lot van de koper die steevast shopt in de voordeligste hoek van het aanbod. Noem het dom, noem het sneu, maar Jantje komt altijd met goed gebruikte en relatief voordelige exemplaren thuis. Ten opzichte van de Lexus, die op het einde bijna 377k op de klok had staan, valt het in ieder geval weer mee. Nog een bezwaar: de wielen. Mijn Z4 stond weliswaar nog op z’n originele ‘Styling 103’-hoepels, maar een vorige eigenaar vond het nodig ze zwart te kliederen. Een regelrechte klap in het gezicht van de smaakvolle kleurstelling, zeker daar diezelfde voorganger het nodig vond ook de remklauwen even rood te spuiten. U begrijpt: de eerste weken deed ik bij voorkeur in het donker en met gesloten kap mijn rondes.
Inmiddels staat de Z4 er een stuk beter bij. Zilverkleurige 103’s, een likje zwarte verf voor de remklauwen, reclameloze kentekenplaathouders en een stevige schoonmaakbeurt hebben ‘m veel goed gedaan. Een eerste ronde bij de specialist ook, al ging dat wel ten koste van de bankrekening. Grote gebreken zijn er nog niet ontdekt, maar met een reeks klein grut zijn we toch weer zo’n duizend euro verder. Ach ja, BMW’s….
Foto 1: Willem Verstraten

Groot nieuws: mijn bloedrode Lexus SC430 is niet meer. Althans, niet meer bij mij. Hij rijdt nu z’n rondjes in het noorden van het land, waar hij binnen mag slapen en nog meer wordt vertroeteld dan eerst. De overdracht geschiedde drie jaar en drie maanden na de aanschaf door ondergetekende, een absoluut persoonlijk record. Wegens een toenemend aandeel van allerlei testauto’s geldt dat niet voor het verreden aantal kilometers, maar met in totaal net geen 40.000 stuks voel ik toch een stevige band met de markante super-Japanner die ik in augustus …

Lees verder…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *