Weblog: ‘Mijn hele hebben en houden ligt op straat.’

Weblog: 'Mijn hele hebben en houden ligt op straat.'

Terwijl ik daar met strak 100 op de cruise op de middenbaan traag maar geleidelijk de 96 kilometer-klanten passeer, zie ik in mijn achteruitkijkspiegel met ruim bovenwettelijke snelheid twee motoragenten naderen. Met bloedagressieve duwgebaren beduiden ze mij en mijn rijstrookgenoten een baan naar rechts op te schuiven. Ze lijken plezier te hebben in het machtsvertoon. Door hun helmvizier zie ik ze iets te dreigend naar me kijken. Ik ben er naar van. Wat een zinloos theater ook. Niemand overtreedt de wet, men kijkt wel link uit. Big brother is watching. Ik zie die camerabatterijen boven de weg en denk: verdomme.
Tsja. We kunnen de staat wel de schuld geven, we geven de spionnen zelf alle ruimte. Je auto zelf zit je natuurlijk net zo hard te bekoekeloeren. Steeds meer modellen zijn connected, altijd en overal. Ook de mijne, onderweg op de A2. De Mercedes EQA kent mijn bestemming en mijn route, monitort mijn snelheid en mijn rijgedrag, mijn stuurbewegingen en de pedaaldruk van mijn rechtervoet, houdt me binnen de lijnen van de middenbaan, vraagt me te stoppen als hij denkt dat ik moe ben en trapt paternalistisch op de rem in bochten die ik naar zijn mening te snel neem. Wie mij in een stiekem datacentrum op de voet wil volgen kan zijn lol op; mijn hele hebben en houden ligt op straat.

Tesla vraagt je nog netjes toestemming voor het vastleggen van rijdata met de boordcamera’s, maar ik heb er weinig vertrouwen in dat alle fabrikanten zich de kostbare databuit zo makkelijk laten ontglippen. Bij de Chinezen sta je letterlijk oog in oog met het Paard van Troje. In de linker A-stijl van de Aiways U5 loert een binnenboordcamera naar de bestuurder. In het infotainmentsysteem van de Seres 3 vond ik tot mijn stomme verbazing video-opnamen van al mijn testritten. Nadat ik ze een voor een had gewist en meende dat ik het systeem had uitgeschakeld, trof ik de volgende dag twee verse opnamen aan. Het geeft een onbehaaglijk gevoel. Het virtuele net dat ons omringt begint zich te sluiten.
Dat wisten we natuurlijk allemaal allang. Sterker nog: we worden voortdurend gewaarschuwd voor de risico’s, ook in Nederland. In 2019 schreef journalist Huib Modderkolk zijn boek Het is oorlog, maar niemand die het ziet over datamisbruik, datamanipulatie, enge hackpraktijken van geheime diensten – huiveringwekkend. Jan Kuitenbrouwer schreef De datadictatuur over de regelloosheid en de privacygevoeligheid van de digitale wereld. Het interesseert de burger wel en niet. Hij neemt er zogenaamd geschokt kennis van en gaat weer over tot de orde van de dag. Terwijl iedereen zich zit op te winden over illegale feestjes en anderhalvemeterzondaars in het Vondelpark, laat hij op internet het cookiemonster ongelimiteerd big data vissen en onderweg boordcamera’s en andere spionnen online al zijn gangen volgen. In die onverschilligheid schuilt een enorm gevaar. Daarom hield ik zo’n onaangenaam gevoel over aan de verschijning van die motormuizen, terwijl die waakhonden formeel niks te verwijten viel. Ik zag ze als symbool van een macht die dankzij ons over alle middelen beschikt om per direct totalitair te worden. Misschien houd ik ook daarom wel zo van mijn oude Volvo’s. Ze zijn een soort analoge vluchtheuvel geworden. Er is geen online multimediasysteem aan boord. Ik ben niet connected. De telefoon zet ik tegenwoordig uit. Ik ben onbereikbaar. Ik ben vrij. Vroeger dacht ik nostalgisch: wat een rust. Nu opgelucht: Wat een veilige gedachte. Maar het wordt hoog tijd voor een ernstig debat over de datagulzigheid van auto’s.

Terwijl ik daar met strak 100 op de cruise op de middenbaan traag maar geleidelijk de 96 kilometer-klanten passeer, zie ik in mijn achteruitkijkspiegel met ruim bovenwettelijke snelheid twee motoragenten naderen. Met bloedagressieve duwgebaren beduiden ze mij en mijn rijstrookgenoten een baan naar rechts op te schuiven. Ze lijken plezier te hebben in het machtsvertoon. Door hun helmvizier zie ik ze iets te dreigend naar me kijken. Ik ben er naar van. Wat een zinloos theater ook. Niemand overtreedt de wet, men kijkt wel link uit. Big brother is watching. Ik zie die camerabatterijen boven de weg en denk: verdomme.
Tsja. We kunnen de staat wel de schuld geven, we geven de spionnen zelf alle …

Lees verder…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *